ECLI:NL:RBDHA:2025:26228

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11755889 MB VERZ 25-4500
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot terugbetaling van proceskosten in verkeersboetezaak afgewezen wegens reformatio in peius

In deze zaak heeft de kantonrechter te Den Haag uitspraak gedaan op 18 december 2025 in een geschil over de terugbetaling van proceskosten die aan betrokkene waren opgelegd in verband met een verkeersboete. Betrokkene had beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die een proceskostenvergoeding van € 80,88 had toegekend op basis van artikel 13a, tweede lid, van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De officier van justitie had later een herberekening gemaakt, waarbij de proceskostenvergoeding werd verhoogd naar € 550,25, en een bedrag van € 469,37 was terugbetaald aan betrokkene.

De kantonrechter heeft de zaak behandeld op 4 december 2025, waarbij de gemachtigde van betrokkene, mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.nl, en de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig waren. De gemachtigde voerde aan dat de toepassing van artikel 13a, tweede lid, Wahv in strijd was met het discriminatieverbod. De officier van justitie verzocht om de verminderingsfactor toe te passen en terugbetaling van de te veel betaalde proceskosten.

De kantonrechter oordeelde dat er geen rechtens te respecteren belang meer was voor betrokkene, omdat de officier van justitie al een hogere proceskostenvergoeding had toegekend. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard, en het verzoek tot terugbetaling van € 469,37 werd afgewezen op grond van het verbod van reformatio in peius, wat betekent dat betrokkene niet in een nadeliger positie mocht komen door de beroepsprocedure. De uitspraak werd gedaan door mr. S. Pereth, bijgestaan door griffier F. Hoppenbrouwer.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: 270874050
Registratienummer team straf: 11755889 MB VERZ 25-4500
Uitspraakdatum : 18 december 2025
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.nl.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij toepassing is gegeven aan artikel 13a, tweede lid, van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv); een proceskostenvergoeding van € 80,88 is toegekend.
Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter. De beroepsgrond hield kort gezegd in dat artikel 13a, tweede lid, Wahv wegens strijd met het discriminatieverbod onverbindend is. Vervolgens heeft de officier van justitie – lopende de beroepsprocedure – een herstelberekening van de proceskostenvergoeding gemaakt, waarbij artikel 13a, tweede lid, Wahv buiten toepassing is gelaten. Onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024 heeft de officier van justitie de te vergoeden proceskosten bepaald op € 550,25. In aanvulling op de reeds betaalde € 80,88 is vervolgens op 25 april 2025 aan betrokkene € 469,37 betaald.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens Verkeersboete.nl is M.J.R. Rodrigues Da Silva verschenen.
Ter zitting heeft de gemachtigde verwezen naar het beroepschrift. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985, verzocht om de verminderingsfactor, bedoeld in artikel 13a, tweede lid, Wahv toe te passen en terugbetaling van de te veel betaalde proceskosten.

Overwegingen

Het beroep is gericht op het – volgens de betrokkene – ten onrechte toepassen van de verminderingsfactor in artikel 13a, tweede lid, Wahv. Zoals volgt uit het procesverloop is van toepassing van artikel 13a, tweede lid, Wahv in de onderhavige zaak geen sprake meer. Daarom is er naar het oordeel van de kantonrechter geen rechtens te respecteren belang meer voor betrokkene en zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
De officier van justitie heeft lopende de beroepsprocedure besloten tot een herberekening en toekenning van een hogere proceskostenvergoeding. De kantonrechter zal niet bepalen dat de proceskostenvergoeding met inachtneming van de verminderingsfactor moet worden verlaagd en dat het meerdere (€ 469,37) moet worden terugbetaald. Het verbod van reformatio in peius verzet zich daartegen. De betrokkene zou dan immers door de beroepsprocedure in een nadeliger positie komen.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • wijst af het verzoek van de officier van justitie tot terugbetaling van € 469,37 aan proceskosten door betrokkene.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Pereth, kantonrechter, bijgestaan door F. Hoppenbrouwer, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.