ECLI:NL:RBDHA:2025:26167

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/09/674163 / FA RK 24-7422
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding tussen partijen gehuwd in Somalië, rechtsgeldigheid huwelijk en echtscheiding

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 9 december 2025 een beschikking gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, die in 2006 in Somalië met elkaar zijn gehuwd. De vrouw, die in Nederland woont, heeft verzocht om de echtscheiding uit te spreken. De man, die in het buitenland woont, is niet verschenen op de zitting. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw zich ten minste een jaar in Nederland bevond ten tijde van de indiening van het verzoekschrift, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. De rechtbank heeft ook de rechtsgeldigheid van het huwelijk beoordeeld, dat in Somalië is gesloten. De vrouw heeft geen huwelijksakte of andere huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit uit Somalië kunnen overleggen, maar de rechtbank heeft geoordeeld dat het huwelijk op basis van de verklaringen van de vrouw en de omstandigheden als rechtsgeldig kan worden erkend.

De vrouw heeft ook gesteld dat zij al gescheiden is van de man, omdat hij haar via telefoon heeft verstoten, wat volgens het Somalische recht een echtscheiding kan betekenen. De rechtbank heeft echter geconcludeerd dat niet kan worden vastgesteld dat aan alle voorwaarden voor een rechtsgeldige echtscheiding volgens het Somalische recht is voldaan. Desondanks heeft de rechtbank geoordeeld dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht en heeft zij het verzoek van de vrouw om echtscheiding toegewezen. De beschikking is gegeven door rechter M.F. Baaij, bijgestaan door griffier A.F. Lemmens.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7422
Zaaknummer: C/09/674163
Datum beschikking: 9 december 2025

Scheiding

Beschikking op het op 16 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G.M. Nass te Gulpen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres in het buitenland.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 14 november 2024, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 13 december 2024, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 18 februari 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 18 maart 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het F9 formulier van 3 april 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
Op 11 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en de tolk, in de Somalische taal, A.H. Sharif.
De man is – hoewel behoorlijk opgeroepen middels een advertentie in de Staatscourant van 13 oktober 2025, nr. 35094 – niet op de zitting verschenen.

Feiten

  • In de Basisregistratie Personen (BRP) staat de vrouw als gehuwd geregistreerd met de man op [datum] 2006 te [plaats] , Somalië.
  • De vrouw heeft zicht blijkens de BRP op 21 juli 2009 in Nederland gevestigd.
  • De vrouw heeft blijkens de BRP de Nederlandse nationaliteit. De man heeft -naar de rechtbank aanneemt- de Somalische nationaliteit.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de echtscheiding tussen partijen, in 2006 in Somalië gehuwd, uit te spreken.
De man is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de vrouw zich ten minste een jaar in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van de verordening Brussel II-ter (Verordening (EG) Nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Rechtsgeldigheid van het huwelijk
Voordat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van het echtscheidingsverzoek, zal gelet op artikel 10:33 BW, de rechtbank moeten beoordelen of het tussen de man en de vrouw gesloten huwelijk als rechtsgeldig in Nederland kan worden erkend. Omdat het huwelijk in Somalië is gesloten, is het recht van Somalië van toepassing. Op grond van het vierde lid van artikel 10:31 BW wordt het huwelijk van de vrouw vermoed naar het recht van Somalië rechtsgeldig te zijn gesloten, als een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De vrouw heeft geen huwelijksakte of andersoortige huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit te Somalië kunnen overleggen. De rechtbank kan haar oordeel over de rechtsgeldigheid van het huwelijk daarom niet baseren op het rechtsvermoeden van lid 4 van artikel 10:31 BW. De rechtbank zal dan aan de hand van feiten en omstandigheden moeten beoordelen of het in Somalië tussen de vrouw en de man gesloten huwelijk naar het recht van Somalië rechtsgeldig is (of nadien rechtsgeldig is geworden).
Standpunt van de vrouw
De vrouw heeft in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling het volgende gesteld. Voordat zij met de man in [plaats] is gehuwd was de vrouw eerder in 2005 op traditionele wijze gehuwd met een andere man. Deze man is tien maanden na het huwelijk overleden. De vrouw was toen zwanger van haar eerste kind. Na de geboorte van haar zoon in 2006 is de vrouw met de man gehuwd in 2006. Het huwelijk is onder een boom in aanwezigheid van twee getuigen (twee kennissen van de man) voltrokken door een Sjeik. De zoon van de vrouw verbleef op dat moment bij haar zus. De vrouw heeft geen papieren of foto’s van die dag en kan hier verder ook geen bewijs van overleggen. Ter onderbouwing van het verhaal heeft de vrouw de verslagen van haar eerste- en nader gehoor bij de IND van 23 maart 2009 en 28 april 2009 overgelegd.
De rechtbank overweegt als volgt. Voor de inhoud van het Somalische recht ten aanzien van de huwelijksvoltrekking heeft de rechtbank Vind Burgerzaken geraadpleegd. In beginsel geldt voor het sluiten van het huwelijk de minimumleeftijd van achttien jaar. Een vrouw moet zolang als de zwangerschap duurt en tenminste vier maanden en tien dagen vanaf het moment dat zij weduwe is geworden wachten voordat zij opnieuw mag trouwen. De huwelijksvoltrekking moet plaatsvinden in het bijzijn van twee getuigen en ten overstaan van een bevoegde autoriteit. Hieronder wordt verstaan een rechter, een religieuze autoriteit of iemand met een grondige kennis van het islamitische recht. Een van de echtgenoten kan tijdens de ceremonie afwezig zijn als hij een persoon heeft gemachtigd die de wil om het huwelijk aan te gaan schriftelijk of mondeling zal geven. Een huwelijk is geldig als aan alle huwelijksvereisten is voldaan.
De rechtbank acht de verklaring van de vrouw voldoende in overeenstemming met voornoemde bekende informatie over de wijze waarop huwelijken rechtsgeldig worden voltrokken in Somalië. Het huwelijk van partijen heeft na het overlijden van de eerste man van de vrouw en na de geboorte van haar zoon plaatsgevonden ten overstaan van een religieuze autoriteit en in het bijzijn van twee getuigen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het huwelijk tussen partijen naar Somalisch recht als rechtsgeldig moet worden beschouwd. Dit betekent dat het huwelijk op grond van het bepaalde in artikel 10:31 BW in Nederland wordt erkend.
Rechtsgeldigheid van de echtscheiding
De vrouw heeft in de stukken en op de zitting gesteld dat zij al gescheiden is van de man doordat hij de
talaqrichting haar heeft uitgesproken. Toen de vrouw naar Nederland was gekomen in 2009 is zij naar de Somalische gemeenschap gegaan en heeft aldaar via familie telefonisch contact opgenomen met de man in Somalië. De man heeft haar gevraagd om terug te keren naar Somalië. De vrouw heeft aangegeven dat zij geen paspoort meer had en daardoor niet kon terugkeren. De vrouw heeft ook aangegeven dat gezinshereniging geen mogelijkheid was en dat zij daarom van hem wilde scheiden. De man heeft heeft uiteindelijk na overleg met zijn familie, ingestemd om te scheiden. Via de telefoon heeft de man vervolgens twee keer de
talaquitgesproken richting de vrouw. Op dat moment waren bij de man in Somalië twee getuigen aanwezig. Dit waren verre neven. Volgens de vrouw is de
Iddat-wachttijd voor mogelijke verzoening ook afgelopen. Dit was vanwege de lange afstand tussen de vrouw en de man korter zodat de scheiding naar Somalisch recht onherroepelijk is geworden.
Gelet op de stelling van de vrouw dat zij in 2009 al is gescheiden, zal de rechtbank moeten beoordelen of naar Somalisch recht het huwelijk al op rechtsgeldige wijze is geëindigd en of de ontbinding van het huwelijk in Nederland wordt erkend.
Artikel 10:58 BW bepaalt dat een ontbinding van het huwelijk in het buitenland die uitsluitend door een eenzijdige verklaring van een der echtgenoten tot stand is gekomen, wordt erkend als:
a. de ontbinding in deze vorm overeenstemt met een nationaal recht van de echtgenoot, die het huwelijk eenzijdig heeft ontbonden;
b. de ontbinding in de staat waar zij geschiedde rechtsgevolg heeft; en
c. duidelijk blijkt dat de andere echtgenoot uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding heeft ingestemd dan wel daarin heeft berust.
De man woonde op het moment van het uitspreken van de
talaqin Somalie en had op dat moment de Somalische nationaliteit, zodat de
talaqin overeenstemming moet zijn met het Somalische recht en in Somalië rechtsgevolg moet hebben (de voorwaarden onder a. en b.). Vind Burgerzaken vermeldt dat Somalië onder meer een onherroepelijke verstoting en een herroepelijke verstoring kent. Bij een onherroepelijke verstoting(drie keer
talaq) eindigt het huwelijk direct na de uitspraak. Bij een herroepelijke verstoting(twee keer
talaq) eindigt het huwelijk na afloop van de
Iddat-wachttijd. De man heeft het recht van
talaqals de Somalische rechtbank vooraf hiermee heeft ingestemd. Ook moet duidelijk zijn dat de vrouw uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding heeft ingestemd dan wel daarin heeft berust (de voorwaarde onder c.).
De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw stelt dat de man na overleg met zijn familie uiteindelijk heeft ingestemd met de scheiding. De scheiding is door de vrouw geïnitieerd zodat de rechtbank kan vaststellen dat de vrouw uitdrukkelijk heeft ingestemd met de ontbinding. De man heeft telefonisch twee keer de
talaquitgesproken richting de vrouw en op dat moment waren bij de man twee Somalische getuigen aanwezig. Door de
talaqtwee keer uit te spreken is er sprake van een herroepelijke
talaq. Het uitspreken van de
talaqvond volgens de vrouw plaats in 2009 zodat de
Iddat-wachttijd inmiddels is verlopen. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat voordat de man de talaq heeft uitgesproken er sprake was van instemming van een Somalische rechtbank, zoals wel is vereist. Dat leidt tot de conclusie dat de rechtbank niet kan vaststellen dat de echtscheiding in Somalië op een naar Somalisch recht rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. Omdat niet kan worden vastgesteld dat aan alle voorwaarden van artikel 10:58 BW is voldaan kan de echtscheiding in Somalie niet worden erkend, zodat moet worden aangenomen dat de vrouw en de man nog steeds gehuwd zijn.
Echtscheiding
De vrouw heeft onweersproken gesteld dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht, zodat de rechtbank het verzoek van de vrouw om een echtscheiding uit te spreken als niet weersproken en op de wet gegrond zal toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2006 te [plaats] , Somalië met elkaar gehuwd.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 december 2025.