ECLI:NL:RBDHA:2025:26157
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring in het bestuursrecht
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van een eiser, die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De maatregel van bewaring was op 13 oktober 2025 opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft besloten dat een onderzoek ter zitting niet nodig was en heeft het onderzoek op 23 december 2025 gesloten.
De rechtbank heeft in haar overwegingen vastgesteld dat de maatregel van bewaring eerder was getoetst en dat deze tot het sluiten van het eerdere onderzoek op 5 november 2025 rechtmatig was. Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen de voortduring van de maatregel, waardoor de rechtbank zich heeft beperkt tot een ambtshalve toetsing van de rechtmatigheidsvoorwaarden. De rechtbank heeft daarbij gekeken naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar heeft geen gronden gevonden die de voortduren van de maatregel onrechtmatig zouden maken. Ook is er geen bewijs dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen zijn verwijdering.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier D.M. Abrahams, en is openbaar gemaakt op dezelfde dag.