ECLI:NL:RBDHA:2025:26155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening in een vreemdelingenzaak. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, maar het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald.
De griffier had verzoekster bij aangetekende brief op 3 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht van €194 binnen twee weken te voldoen. Hoewel de brief op 13 oktober 2025 was afgehaald, werd het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Verzoekster gaf geen reden voor het verzuim, zodat geen verontschuldiging kon worden aangenomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk was en dat het verzoek niet inhoudelijk kon worden beoordeeld. Omdat verzoekster het griffierecht na afloop alsnog betaalde, werd het bedrag teruggestort. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.