Betrokkene is meerdere malen opgenomen geweest vanwege ernstige psychische problemen en problematisch alcoholgebruik. Ambulante zorg bleek ontoereikend om terugval te voorkomen, mede door medicatieontrouw en vermoedens van neurocognitieve stoornissen die nog onderzocht worden.
De officier van justitie verzocht om voortzetting van een eerder genomen crisismaatregel. Tijdens de zitting werd betrokkene bijgestaan door zijn advocaat, die afwijzing van het verzoek bepleitte omdat er geen sprake zou zijn van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en ambulante zorg mogelijk zou zijn.
De verpleegkundig specialist en de rechtbank stelden echter vast dat er sprake is van levensgevaar, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie uitgelokt door hinderlijk gedrag. Ook is betrokkene niet in staat tot zelfstandige medicatie-inname, wat de situatie verergert.
De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Daarom werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend, met een geldigheidsduur tot 29 december 2025.