ECLI:NL:RBDHA:2025:26107

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/09/671361 / FA RK 24-6023
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag en zorgregeling met verwijzing naar mediation in gezinszaak

Partijen, ouders van een minderjarig kind geboren in 2019, hebben een affectieve relatie gehad en de moeder was tot op heden alleen met het ouderlijk gezag belast. De vader verzocht medegezag, een reguliere zorgregeling en wijziging van de kinderalimentatie. De moeder had geen bezwaar tegen gezamenlijk gezag en verzocht zelf om een omgangsregeling in het weekend.

De rechtbank stelde vast dat het kind feitelijk meer tijd bij de moeder doorbrengt, maar dat de vader een groter deel van de zorg wil overnemen. De rechtbank besloot dat het kind voortaan ook op maandagavond bij de vader zal slapen, conform het verzoek van de vader, omdat de moeder dit niet als belastend kon onderbouwen en het kind zelf geen voorkeur had.

Partijen spraken hun bereidheid uit tot mediation om afspraken te maken over vakanties, feestdagen en kinderalimentatie. De rechtbank legde de huidige afspraken vast, waaronder de kinderalimentatie van €230,75 per maand vanaf 1 december 2025, en hield verdere beslissingen aan tot 1 april 2026, waarna partijen schriftelijk over het mediationresultaat moeten rapporteren.

Uitkomst: De rechtbank wijst gezamenlijk gezag toe, stelt een zorgregeling vast en verwijst partijen naar mediation voor vakanties, feestdagen en alimentatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6023
Zaaknummer: C/09/671361
Datum beschikking: 8 december 2025

Gezag, zorgregeling en kinderalimentatie

Beschikkingop het op 10 juli 2024 bij de rechtbank Rotterdam ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I. van Troost te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Kara te Rotterdam.

Procedure

Bij beschikking van 12 augustus 2024 heeft de rechtbank Rotterdam de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, naar deze rechtbank verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen bij de rechtbank Rotterdam op 10 juli 2024;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de moeder, ingekomen op 16 oktober 2024;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de zijde van de vader, ingekomen op
6 december 2024;
- de brief van 29 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
- de brief van 3 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
- de brief van 7 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
Op 10 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en een stagiaire, alsmede mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
- Op 10 november 2023 hebben partijen een ouderschapsplan ondertekend. In het ouderschapsplan is onder meer een omgangsregeling opgenomen. Daarnaast zijn partijen overeengekomen dat de vader met ingang van 1 december 2023 aan de moeder een kinderalimentatie zal betalen van € 230,75 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt nu:
- de vader mede te belasten met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] ;
- een reguliere zorgregeling vast te stellen conform het volgende schema:
overdrachtsmomenten
Maandag
[de vader] brengt [de minderjarige] naar school, [grootouders vader] halen [de minderjarige] uit school, [de minderjarige] slaapt bij [de vader]
Dinsdag
[de vader] brengt [de minderjarige] naar school, [de moeder] haalt [de minderjarige] uit school om 14:00 uur
Woensdag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school, [de vader] haalt [de minderjarige] uit school, [de moeder] haalt [de minderjarige] om 19:00 uur op bij de voetbal
1
Donderdag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school, [de minderjarige] in de middag bij [grootouders moeder]
Vrijdag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school en haalt [de minderjarige] uit school
Zaterdag
[de moeder]
Zondag
[de moeder]
Maandag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school, [grootouders vader] halen [de minderjarige] uit school, [de minderjarige] slaapt bij [de vader] .
Dinsdag
[de vader] brengt [de minderjarige] naar school, [de moeder] haalt [de minderjarige] uit school om 14:00 uur
Woensdag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school, [de vader] haalt [de minderjarige] uit school, [de moeder] haalt [de minderjarige] om 19:00 uur op bij de voetbal
1
Donderdag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school, [de minderjarige] in de middag bij [grootouders moeder]
Vrijdag
[de moeder] brengt [de minderjarige] naar school en haalt [de minderjarige] uit school, [de moeder] brengt [de minderjarige] om 19:00 uur bij [de vader]
1
Zaterdag
[de vader]
Zondag
[de vader]
- een regeling voor de vakanties en feestdagen vast te stellen zoals omschreven in het petitum van het verzoekschrift;
- de kinderalimentatie te wijzigen, in die zin dat de vader met ingang van 1 januari 2024 een bijdrage dient te betalen van € 50,- per maand, met ingang van 1 januari 2025 een bijdrage van € 100,- per maand en met ingang van het moment waarop het derde kind van de vader wordt geboren een bijdrage van € 115,- per maand,
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig:
- voor het geval de rechtbank overweegt om de vader mede te belasten met het gezag over [de minderjarige] : partijen te verwijzen naar het Uniforme Hulpaanbod ten behoeve van een ouderschapsbemiddelingstraject en de beslissing omtrent het verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag aan te houden in afwachting van de uitkomst van het ouderschapsbemiddelingstraject;
- de reguliere omgangsregeling te wijzigen, in die zin dat [de minderjarige] bij de vader verblijft:
  • om het weekend van vrijdag na school tot maandag 19.00 uur (vader brengt [de minderjarige] bij moeder);
  • in de week dat [de minderjarige] in het weekend niet bij de vader verblijft: op maandag na school tot 19.00 uur (vader brengt [de minderjarige] bij moeder);
  • iedere woensdag na school tot woensdag 19.00 uur (moeder haalt [de minderjarige] op bij de voetbaltraining);
- een regeling voor de vakanties en feestdagen vast te stellen zoals omschreven onder punt 22 van het verweerschrift met zelfstandige verzoeken;
- de in het ouderschapsplan overeengekomen kinderalimentatie te bekrachtigen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder.

Beoordeling

Gezag
Nu de moeder op de zitting heeft aangegeven niet langer bezwaar te hebben tegen gezamenlijk gezag, zal de rechtbank bepalen dat de vader mede wordt belast met het gezag over [de minderjarige] .
Reguliere zorgregeling
In hun ouderschapsplan zijn partijen een zorgregeling overeengekomen, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader verblijft iedere week op maandag uit school tot 19.30 uur en van dinsdag 19.30 uur tot woensdag 18.30 uur en om de week van vrijdag 18.00 uur tot zondag 19.30 uur. Naar de rechtbank begrijpt verblijft [de minderjarige] nu feitelijk bij de vader de ene week van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.30 uur, op maandag uit school tot 19.00 uur en op woensdag uit school tot 19.00 uur en de andere week op maandag uit school tot dinsdag naar school en op woensdag uit school tot 19.00 uur. Partijen zijn het erover eens dat de omgang in het weekend voortaan kan doorlopen tot maandag naar school. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. De vader zou verder graag zien dat [de minderjarige] voortaan iedere week van maandag op dinsdag bij hem slaapt (dus ook na het weekend dat [de minderjarige] bij hem is geweest). De moeder is het hier niet mee eens. Zij verzoekt vast te leggen dat [de minderjarige] voortaan iedere week op maandagavond na zijn voetbaltraining met haar mee naar huis gaat (dus ook na het weekend dat [de minderjarige] bij haar is geweest).
De rechtbank zal conform het verzoek van de vader bepalen dat [de minderjarige] voortaan iedere week van maandag op dinsdag bij de vader zal slapen, ofwel dat de omgang op maandag doorloopt tot dinsdag naar school. [de minderjarige] verblijft meer tijd bij de moeder dan bij de vader en de vader wil graag een groter deel van de zorg voor [de minderjarige] op zich nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder niet kunnen onderbouwen waarom het voor [de minderjarige] te belastend is als hij na de voetbaltraining op maandagavond met de vader mee naar huis gaat en daar blijft slapen. De moeder heeft ook aangegeven dat het [de minderjarige] zelf niet uitmaakt bij welke ouder hij van maandag op dinsdag slaapt.
Verwijzing naar mediation
Op de zitting is met partijen gesproken over het volgen van een mediationtraject om hun onderlinge communicatie te verbeteren en om te proberen afspraken te maken over een regeling voor de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie. Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan mediation. Zij worden daarvoor via het mediationbureau van de rechtbank in contact gebracht met een geschikte mediator.
Voor wat betreft de verdeling van de kerstdagen en oud en nieuw hebben partijen met elkaar afgesproken dat [de minderjarige] in 2025 kerstavond en eerste kerstdag bij de moeder zal verblijven en tweede kerstdag en oud en nieuw bij de vader. Voor wat betreft de kinderalimentatie hebben zij met elkaar afgesproken dat de vader met ingang van 1 december 2025 voorlopig weer het in het ouderschapsplan overeengekomen bedrag van € 230,75 per maand aan de moeder zal gaan betalen. De rechtbank zal het voorgaande vastleggen en de verzoeken ten aanzien van de regeling voor de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie in afwachting van het resultaat van de mediation voor het overige pro forma aanhouden tot 1 april 2026. Partijen worden verzocht om zich uiterlijk op deze datum schriftelijk uit te laten over het resultaat van de mediation en de gewenste voortgang van de procedure, waarna de rechtbank zal beslissen over het verdere verloop van de procedure.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;
bepaalt – met wijziging van het ouderschapsplan van 10 november 2023 – dat [de minderjarige] bij de vader zal verblijven:
- de ene week van vrijdag 19.00 uur tot dinsdag naar school en op woensdag uit school tot 19.00 uur;
- de andere week van maandag uit school tot dinsdag naar school en op woensdag uit school tot 19.00 uur;
bepaalt dat [de minderjarige] in 2025 kerstavond en eerste kerstdag bij de moeder zal verblijven en tweede kerstdag en oud en nieuw bij de vader;
bepaalt dat de vader met ingang van 1 december 2025 voorlopig weer het in het ouderschapsplan overeengekomen bedrag aan kinderalimentatie van € 230,75 per maand aan de moeder zal gaan betalen;
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om hun onderlinge communicatie te verbeteren en om te proberen afspraken te maken over een regeling voor de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie;
houdt iedere verdere beslissing in afwachting van de resultaten van de mediation aan tot
1 april 2026 pro forma;
uiterlijk op voornoemde pro formadatum moeten partijen zich schriftelijk uitlaten over het resultaat van de mediation en de gewenste voortgang van de procedure;
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de regeling voor de vakanties en feestdagen, de kinderalimentatie en de proceskostenaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2025.