De rechtbank Den Haag behandelde op 8 december 2025 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om een gecertificeerde instelling aan te wijzen als voogd over het kind van een minderjarige moeder. De moeder is geboren in 2009 en is derhalve minderjarig en niet bevoegd het gezag over haar kind uit te oefenen. De biologische vader heeft het kind niet erkend en verkeert in een instabiele situatie.
De gecertificeerde instelling is reeds belast met de voogdij over de moeder zelf en heeft zich bereid verklaard de voogdij over het kind te aanvaarden. De moeder verblijft momenteel met het kind in een instelling waar zij gemotiveerd is om aan haar ontwikkeling te werken. De rechtbank acht het in het belang van het kind dat de voogdij bij de gecertificeerde instelling wordt belegd, mede vanwege de onduidelijke en instabiele situatie van de ouders.
Het verzoek om de nog ongeboren baby als geboren te verklaren wordt afgewezen omdat het kind inmiddels geboren is. De beschikking wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank benadrukt de positieve ontwikkeling van de moeder en hoopt dat zij in de toekomst het gezag kan dragen.