ECLI:NL:RBDHA:2025:26094

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/09/691751 / FA RK 25-7046
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 BWArt. 1:246 BWArt. 1:253q BWArt. 1:295 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming gecertificeerde instelling tot voogd wegens minderjarigheid moeder

De rechtbank Den Haag behandelde op 8 december 2025 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om een gecertificeerde instelling aan te wijzen als voogd over het kind van een minderjarige moeder. De moeder is geboren in 2009 en is derhalve minderjarig en niet bevoegd het gezag over haar kind uit te oefenen. De biologische vader heeft het kind niet erkend en verkeert in een instabiele situatie.

De gecertificeerde instelling is reeds belast met de voogdij over de moeder zelf en heeft zich bereid verklaard de voogdij over het kind te aanvaarden. De moeder verblijft momenteel met het kind in een instelling waar zij gemotiveerd is om aan haar ontwikkeling te werken. De rechtbank acht het in het belang van het kind dat de voogdij bij de gecertificeerde instelling wordt belegd, mede vanwege de onduidelijke en instabiele situatie van de ouders.

Het verzoek om de nog ongeboren baby als geboren te verklaren wordt afgewezen omdat het kind inmiddels geboren is. De beschikking wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank benadrukt de positieve ontwikkeling van de moeder en hoopt dat zij in de toekomst het gezag kan dragen.

Uitkomst: De rechtbank benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over het kind van de minderjarige moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7046
Zaaknummer: C/09/691751
Datum beschikking: 8 december 2025

Voorziening in de voogdij wegens minderjarigheid van de moeder

(artikel 1:246 jo Pro 1:253q BW)

Beschikking op het op 15 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, [regio 1],

hierna: de Raad.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming [regio 2],

de beoogd voogdes,
hierna: de gecertificeerde instelling,

[de minderjarige moeder],

de minderjarige moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als informant wordt aangemerkt:

[de biologische vader],

de biologische vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.
Op 7 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de minderjarige moeder;
  • [naam 1] namens de Raad;
  • [naam 2] en [naam 3] namens de gecertificeerde instelling;
  • de biologische vader.
De minderjarige moeder heeft haar mening in raadkamer kenbaar gemaakt.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe:
  • de nu nog ongeboren baby op grond van artikel 1:2 BW Pro als reeds geboren te verklaren, omdat zijn of haar belang dit vordert;
  • de gecertificeerde instelling te belasten met de voogdij over de baby;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

  • De minderjarige moeder [de minderjarige moeder] is geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats].
  • De gecertificeerde instelling is bij beschikking van deze rechtbank van 14 december 2011 belast met de voogdij over de minderjarige moeder.
  • Uit de minderjarige moeder is het volgende nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats].
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 29 september 2025 is – bij wijze van spoedvoorziening – de gecertificeerde instelling met de voorlopige voogdij over [minderjarige] belast tot 8 oktober 2025. De behandeling van het verzoekschrift is voor het overige aangehouden tot de zitting van 6 oktober 2025.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 6 oktober 2025 is de gecertificeerde instelling met de voorlopige voogdij over [minderjarige] belast.

Beoordeling

Wettelijk kader
De moeder is zestien jaar oud en is daarom op grond van artikel 1:246 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) onbevoegd om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. De biologische vader van [minderjarige] heeft hem tot op heden niet erkend. Op grond van artikel 1:295 BW Pro benoemt de rechtbank een voogd over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan en die niet onder voogdij staan.
Inhoudelijke beoordeling
De Raad verzoekt de gecertificeerde instelling tot voogdes over de baby te benoemen. De Raad is van mening dat de moeder vanwege haar minderjarigheid en haar eigen ontwikkeling nog niet in staat is om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen. Zij heeft de afgelopen jaren bij verschillende zorginstellingen verbleven en is daar meerdere keren weggelopen. Ook kon zij hulpverlening langere tijd niet goed aannemen. De persoonlijke omstandigheden van de biologische vader zijn momenteel te instabiel om hem deze verantwoordelijkheid te laten dragen. Hij is kort geleden vrijgekomen uit detentie en moet zijn eigen leven opnieuw opbouwen. Bovendien is de relatie tussen de vader en de moeder nog onduidelijk. Er is ook niemand in het netwerk die met de voogdij belast kan worden. De voogdij moet daarom belegd worden bij de gecertificeerde instelling. Een neutraal persoon kan op dit moment het beste in het belang van [minderjarige] handelen en hiermee ook eventuele spanningen en druk bij de onderlinge relatie van de ouders weghouden. In de uitvoering van de voogdijmaatregel is het belangrijk dat er een samenwerkingsrelatie wordt opgebouwd met beide ouders, om zo ook het toekomstperspectief voor [minderjarige] te kunnen bepalen.
De gecertificeerde instelling heeft zich schriftelijk bereid verklaard de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden. Zij zijn ook belast met de voogdij over de minderjarige moeder. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat de moeder op dit moment samen met [minderjarige] bij [instantie] in [plaats] verblijft. De samenwerking tussen de moeder en [instantie] verloopt goed en de moeder is gemotiveerd om met de hulpverlening aan doelen te werken. Zij kan negen maanden in [instantie] verblijven. In de tussentijd wordt gezocht naar een passende vervolgplek.
De rechtbank overweegt als volgt. De moeder heeft op de zitting aangegeven in te stemmen met het verzoek van de Raad. Gelet op deze instemming en de belaste voorgeschiedenis van de moeder acht de rechtbank het op dit moment in het belang van [minderjarige] om de gecertificeerde instelling te benoemen tot voogdes. Het verzoek van de Raad zal dan ook worden toegewezen.
De rechtbank merkt op dat het positief is om te zien dat de moeder bij [instantie] in [plaats] openstaat voor begeleiding en ondersteuning. De rechtbank gunt het de moeder en [minderjarige] dat deze positieve ontwikkeling blijft doorzetten, zodat de moeder in de toekomst eventueel wel in staat zal zijn om het ouderlijk gezag te dragen. Op dit moment is het daar echter nog te vroeg voor.
De Raad heeft ook verzocht de nog ongeboren baby op grond van artikel 1:2 BW Pro als reeds geboren te verklaren. Aangezien [minderjarige] inmiddels al geboren is, is er geen belang meer bij dit verzoek. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
benoemt tot voogdes over de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2025 te [geboorteplaats], Stichting Jeugdbescherming [regio 2];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 8 december 2025.