Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaken AWB 24/10044 en AWB 24/10045, waarbij het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod niet-ontvankelijk is verklaard. Eiser had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, dat op 12 juni 2021 was genomen. De rechtbank oordeelde dat het beroep te laat was ingediend, aangezien de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier weken bedraagt en deze termijn op 13 juni 2021 was begonnen. Eiser had pas op 17 juni 2024 beroep ingesteld, wat ruim na de termijn was. De rechtbank concludeerde dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding was en dat het beroep derhalve niet-ontvankelijk was. Dit had ook gevolgen voor het verzoek om een voorlopige voorziening, dat eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gedaan en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.