ECLI:NL:RBDHA:2025:26028
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kort geding over contractuele boete en vertragingsvergoeding bij niet-afname van woning
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een eiser en een gedaagde B.V. De eiser had een koopovereenkomst gesloten met de gedaagde voor de verkoop van een woning, maar de gedaagde heeft de woning op de afgesproken leveringsdata niet afgenomen. De eiser vorderde onder andere de uitbetaling van een waarborgsom van € 82.500,00 en een vertragingsvergoeding van € 7.000,00. De voorzieningenrechter oordeelde dat de contractuele boete van € 82.500,00 niet gematigd hoefde te worden, omdat de gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat de boete buitensporig was. De rechter wees de vorderingen van de eiser grotendeels toe, inclusief de vertragingsvergoeding, en bepaalde dat de gedaagde opdracht moest geven aan de notaris om de waarborgsom uit te betalen. De rechter overwoog dat de gedaagde in gebreke was gebleven en dat er geen restitutierisico voor de eiser was. De gedaagde werd ook veroordeeld in de proceskosten.