ECLI:NL:RBDHA:2025:26014
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Schorsing van de executie van een verstekvonnis in een huurgeschil
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Den Haag op 15 december 2025, betreft het een kort geding waarin eiser, vertegenwoordigd door advocaat mr. O. Sahin, verzoekt om schorsing van de executie van een eerder verstekvonnis. Dit verstekvonnis, uitgesproken op 6 november 2025, had de ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming van een woning bevolen. Eiser betwist de hoogte van de huurachterstand die aan de ontbinding ten grondslag lag en stelt dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid om verweer te voeren. De voorzieningenrechter heeft de executie van het verstekvonnis geschorst, omdat de belangen van eiser bij behoud van de huidige situatie zwaarder wegen dan die van gedaagde bij onmiddellijke uitvoering van het vonnis. De voorzieningenrechter heeft daarbij overwogen dat er onduidelijkheid bestaat over de huurachterstand en dat de ontruiming grote gevolgen voor eiser kan hebben. De schorsing blijft van kracht zolang eiser zijn huurverplichtingen nakomt en de verzetprocedure tijdig aanhangig maakt. Gedaagde is veroordeeld in de proceskosten van eiser, die procedeert met een toevoeging.