ECLI:NL:RBDHA:2025:26014
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarheid verstekvonnis ontruiming woonruimte
In deze zaak vordert eiser schorsing van de executie van een verstekvonnis waarbij de huurovereenkomst van een onzelfstandige woonruimte is ontbonden en ontruiming is bevolen. Het verstekvonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en eiser is veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en een maandelijkse vergoeding.
Eiser betwist de hoogte van de huurachterstand en stelt dat hij niet adequaat is geïnformeerd over de mogelijkheid tot verweer. De voorzieningenrechter constateert onduidelijkheid over de omvang van de huurachterstand en het feit dat de ontbinding en ontruiming verstrekkende gevolgen hebben voor eiser, die met zijn inkomen moeilijk vervangende woonruimte kan vinden.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat eiser de verzetprocedure nog moet starten, wordt de uitvoerbaarheid van het verstekvonnis geschorst onder de voorwaarde dat eiser de maandelijkse vergoeding tijdig betaalt en binnen een week verzet instelt. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. De schorsing vervalt bij niet-naleving van deze voorwaarden of bij een uitvoerbaar vonnis in de verzetprocedure.
Uitkomst: De uitvoerbaarheid van het verstekvonnis tot ontruiming wordt geschorst onder voorwaarden totdat in de verzetprocedure is beslist.