Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum 1] 2015 en [geboortedatum 2] 2019, V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , (gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 11 september 2025 is afgewezen als kennelijk-ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoekster heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, die samen met de beroepsprocedure op 2 december 2025 is behandeld. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 15 december 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.