ECLI:NL:RBDHA:2025:26006

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/09/685455/ HA RK 25-260
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig deskundigenonderzoek en begroting van deskundigenkosten in civiele procedure

In deze beschikking van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 22 december 2025, wordt een voorlopig deskundigenonderzoek ingesteld in een civiele procedure. De zaak betreft een verzoek van twee verzoekers, vertegenwoordigd door advocaat mr. J.G.M. Roijers, tegen een B.V. als verweerster, vertegenwoordigd door advocaten mrs. A.T. Breuker en S.C.P. Heideman. De rechtbank heeft eerder op 23 oktober 2025 een beschikking gegeven, waarnaar in deze beschikking wordt verwezen. De verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot voor de deskundige, de heer [naam 1], en hebben verzocht om een herziening van de kostenverdeling en om geen graafwerkzaamheden te laten verrichten. De rechtbank heeft de bezwaren van de verzoekers beoordeeld en geconcludeerd dat het voorgestelde voorschot van € 10.224,50, inclusief btw, niet onredelijk is. De rechtbank benoemt de heer [naam 2] als deskundige en legt de verplichtingen op aan partijen om mee te werken aan het onderzoek. De beschikking bevat ook gedetailleerde instructies voor de deskundige en de partijen over de uitvoering van het onderzoek en de rapportage.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/685455/ HA RK 25-260
Beschikking van 22 december 2025
in de zaak van

1.[verzoekers sub 1], te [woonplaats],

2.
[verzoekers sub 2], te [woonplaats],
verzoekers,
advocaat mr. J.G.M. Roijers,
hierna gezamenlijk te noemen “[verzoekers]”,
tegen
[verweerster] B.V., te [vestigingsplaats],
verweerster,
advocaten mrs. A.T. Breuker en S.C.P. Heideman,
hierna te noemen “[verweerster]”.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de beschikking van 23 oktober 2025;
  • de brief van mr. Roijers van 5 november 2025;
  • de e-mail van mr. Breuker van 7 november 2025.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een beschikking wordt gegeven.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank verwijst naar haar beschikking van 23 oktober 2025.
2.2.
Partijen hebben de gelegenheid gehad bezwaar te maken tegen de begroting van de beoogd deskundige, de heer [naam 1]. Mr. Roijers heeft namens [verzoekers] bezwaar gemaakt tegen de begroting en daarbij verzocht te bepalen dat partijen ieder de helft van het voorschot van deskundige dienen te voldoen en te bepalen dat de deskundigen geen graafwerkzaamheden behoeft te verrichten. [verweerster] heeft verzocht aan de inhoud van de brief van [verzoekers] geen gevolgen te verbinden. Hierna zal nader worden ingegaan op de verzoeken van [verzoekers].
Het verzoek om de betaling van het voorschot alsnog gelijk over partijen te verdelen
2.3.
[verzoekers] verzoekt de rechtbank alsnog te bepalen dat iedere partij de helft van de kosten van het voorschot van de deskundige dient te dragen, omdat er op verzoek van [verweerster] vragen zijn toegevoegd die buiten de scope van het verzoek van [verzoekers] vallen en daardoor kostenverhogend zijn. De rechtbank ziet echter geen grond om op haar beschikking van 23 oktober 2025 terug te komen.
Het verzoek om te bepalen dat er geen graafwerkzaamheden verricht hoeven te worden
2.4.
[verzoekers] verzoekt te bepalen dat de deskundige geen graafwerkzaamheden hoeft te verrichten. Tijdens de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025 heeft [verzoekers] aangegeven dat graafwerkzaamheden gelet op de locatie van het schoolplein enorm ingrijpend zijn en dat [verzoekers] om die reden liever ziet dat er niet wordt gegraven. In de begroting van de deskundige wordt wel rekening gehouden met het uitvoeren van veldwerk. [verweerster] heeft in haar reactie aangegeven dat het aan de deskundige is om te bepalen hoe het onderzoek uitgevoerd moet worden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank aan partijen kenbaar gemaakt dat partijen met de deskundige overleg kunnen plegen over de (on)wenselijkheid van graafwerkzaamheden. Het is uiteindelijk de deskundige die bepaalt welk onderzoek nodig is om tot een deskundig oordeel te kunnen komen. De rechtbank ziet geen reden in deze beschikking nadere lijnen voor het overleg en het onderzoek uit te zetten.
De bezwaren tegen de begroting van het voorschot van de deskundige
2.5.
[verzoekers] stelt dat de begroting van het voorschot van de deskundige te hoog is en vastgesteld zou moeten worden op € 4.225,- exclusief btw. Hieraan legt [verzoekers] ten grondslag dat in de post “veldwerk” een veel te hoog bedrag is opgenomen, aangezien er geen graafwerkzaamheden plaats hoeven te vinden. Daarbij maakt [verzoekers] bezwaar tegen een uurtarief van meer dan € 125,-. In dat kader voert [verzoekers] ook aan dat het aantal uren dat is begroot voor het opstellen van de rapportages te hoog is. [verweerster] heeft geen bezwaren geuit tegen de begroting van het voorschot van de deskundige.
2.6.
De rechtbank heeft de begroting van de deskundige beoordeeld en daarbij de bezwaren van [verzoekers] in acht genomen. De rechtbank is van oordeel dat het door de deskundige begrote voorschot niet onredelijk voorkomt. De rechtbank legt daaraan het volgende ten grondslag. Aan de deskundige worden twintig vragen voorgelegd die diverse aspecten beslaan die onderzocht moeten worden. Daarbij komt dat het een begroting van het aantal te besteden uren en uit te voeren werkzaamheden is. Aangezien alleen de werkelijke gemaakte uren in rekening kunnen worden gebracht, zal de eindnota lager worden indien het aantal gemaakte uren lager wordt of er minder werkzaamheden worden verricht.
2.7.
Gelet op het voornoemde zal de rechtbank de heer [naam 2] benoemen tot deskundige en het voorschot vaststellen op € 8.450,-, exclusief btw, zijnde € 10.224,50, inclusief btw.
2.8.
De rechtbank wijst partijen erop dat zij wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.9.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient hij/zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt tot deskundige:
De heer [naam 2],
Terra Nostra B.V.,
Abbekesdoel 22a,
2971 VA Bleskensgraaf,
e-mailadres: [e-mailadres],
telefoonnummer: [telefoonnummer];
3.2.
verzoekt de deskundige de in randnummer 4.7 van de beschikking van 25 oktober 2025 opgenomen vragen te beantwoorden;
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot van de deskundige vast op € 10.224,50, inclusief btw;
3.4.
bepaalt dat [verzoekers] het voorschot dient over te maken
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [verzoekers] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige moet doen toekomen;
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis dient te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;
het schriftelijke rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
  • uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;
  • de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en zijn reactie daarop moet vermelden;
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025. [1]

Voetnoten

1.type: 3384