ECLI:NL:RBDHA:2025:25945
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag EU-onderdaan niet-ontvankelijk verklaard door de minister van Asiel en Migratie
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure. De eiser, een Roemeense nationaliteit, had op 30 juli 2025 asiel aangevraagd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 29 augustus 2025 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de eiser een EU-onderdaan is en geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, maar is niet verschenen op de zitting op 2 december 2025, waar de minister vertegenwoordigd was door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de zaak onmiddellijk na de behandeling ter zitting afgedaan.
De rechtbank oordeelde dat er geen gebrek aan het besluit van de minister kleefde, ondanks het ontbreken van een handtekening. Eiser had aangevoerd dat de ondertekening ontbrak, wat volgens hem een gebrek aan het besluit betekende. De rechtbank stelde vast dat de naam van de beslismedewerker onder het besluit stond en dat het voor eiser mogelijk was om te controleren of het besluit door een bevoegd persoon was genomen. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk was verklaard en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, en de uitspraak werd openbaar uitgesproken door rechter G. Schnitzler in aanwezigheid van griffier M.A.W.M. Engels.