Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:25943

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
NL25.54590
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Spanje

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 25 november 2025, waarbij verzoeker en zijn advocaat niet aanwezig waren. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de bodemzaak (zaaknummer NL25.54589) is afgerond, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan op 3 december 2025 door voorzieningenrechter M. Eversteijn in aanwezigheid van griffier M.A.W.M. Engels. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.54590
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. N.R.H. Boon),
en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).

Procesverloop

Bij besluit van 6 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.54589, op
25 november 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn advocaat zijn, met voorafgaande berichtgeving, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.54589, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
03 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.