ECLI:NL:RBDHA:2025:25927

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/09/682788 / FA RK 25-2420
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van het ouderlijk gezag over een minderjarige in het belang van het kind

Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige]. De moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. D. Vurdelja, verzocht om wijziging van het gezamenlijk gezag, zodat zij voortaan alleen het gezag over [minderjarige] zou hebben. De vader, die in [land 2] woont en niet bereikbaar is, heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders gehuwd zijn geweest en gezamenlijk gezag uitoefenen over [minderjarige], die op [geboortedatum 1] 2021 is geboren. De rechtbank heeft eerder al beslissingen genomen over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de zorgregeling, waarbij de vader geen contact heeft met het kind.

De rechtbank heeft de rechtsmacht vastgesteld op basis van de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland en heeft Nederlands recht toegepast. De moeder heeft aangevoerd dat de omstandigheden zijn gewijzigd, omdat de vader niet bereikbaar is en geen betrokkenheid toont in de opvoeding van [minderjarige]. De rechtbank heeft overwogen dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van [minderjarige] is, gezien de afwezigheid van de vader en de praktische problemen die de moeder ondervindt bij het nemen van gezagsbeslissingen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het in het belang van [minderjarige] is dat de moeder alleen gezagsgerelateerde beslissingen kan nemen.

De rechtbank heeft daarom het verzoek van de moeder toegewezen en bepaald dat het gezag voortaan alleen aan haar toekomt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Deze uitspraak is gedaan door kinderrechter mr. A.M. Brakel, in aanwezigheid van griffier mr. M.A. Wien.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2420
Zaaknummer: C/09/682788
Datum beschikking: 5 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 1 april 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja in 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 9 april 2025 van de moeder, met bijlagen;
  • het bericht van 14 april 2025 van de moeder.
Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk. De vader is, hoewel opgeroepen op het adres waar hij volgens de moeder feitelijk verblijft en in de Staatscourant, niet op de zitting verschenen.

Feiten

  • De moeder en de vader zijn gehuwd geweest.
  • zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige]), geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1], [land 1].
  • De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] belast.
  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De ouders en [minderjarige] hebben in ieder geval de Oekraïense nationaliteit.
  • Bij mondelinge uitspraak van 13 januari 2025 is – voor zover hier relevant –:
  • bepaald dat [minderjarige] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
  • een regeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen bepaald;
  • de beslissing ten aanzien van de door de vader verzochte zorgregeling en de kinderalimentatie aangehouden tot 10 februari 2025.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 10 februari 2025 is – voor zover hier relevant – het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling afgewezen.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 1 september 2025 is – voor zover hier relevant – toestemming verleend aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – tot inschrijving van [minderjarige] op een voor haar geschikte school voor speciaal onderwijs/dagbesteding, meer in het bijzonder [schoolnaam], aan de [adres] in [plaats] ([postcode]).

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het ouderlijk gezag over [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat uitsluitend aan de moeder het ouderlijk gezag toekomt, als gevolg waarvan de vader het ouderlijk gezag verliest.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de Brussel II ter-verordening (nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek van de moeder.
De rechtbank past op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 Nederlands recht toe op het verzoek.
Gezag
De moeder verzoekt om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en haar voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. Volgens de moeder zijn de omstandigheden gewijzigd en is gezamenlijk gezag niet langer in het belang van [minderjarige]. De vader woont in [land 2] en is niet bereikbaar. Hij heeft op dit moment geen contact met [minderjarige] en hij is niet betrokken bij de opvoeding en ontwikkeling van haar. Voor de moeder is het daardoor onmogelijk om gezamenlijk met de vader gezagsbeslissingen te nemen.
Omdat beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de moeder in dit geval in het belang van [minderjarige] moet worden geacht.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, nu de vader en [minderjarige] al geruime tijd geen contact meer hebben. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, omdat de rechtbank uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken, is gebleken dat het voor de moeder niet mogelijk is om de vader te spreken over gezagsgerelateerde beslissingen. De moeder heeft in dat kader onbetwist gesteld dat er tussen de ouders onderling geen enkele communicatie mogelijk is, omdat de vader niet bereikbaar is. Hij is nu ook – wederom – niet op de zitting verschenen. Verder heeft de moeder onbetwist gesteld dat zij tegen praktische problemen aanloopt wanneer de vader mede met het gezag over [minderjarige] belast blijft. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje voor wie veel geregeld moet worden, zoals de inschrijving op een school voor speciaal onderwijs, waarvoor bij beschikking van 1 september 2025 vervangende toestemming is verleend. De rechtbank acht het gelet op het voorgaande in het belang van [minderjarige] dat de moeder alleen gezagsgerelateerde beslissingen voor haar kan nemen en zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op
[geboortedatum 2] 1987 in [geboorteplaats 2], [land 3], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1], [land 1];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 december 2025.