ECLI:NL:RBDHA:2025:25911

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/09/668765 / FA RK 24-4665
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen, opname ouderschapsplan, huurrecht en verdeling van cryptovaluta

Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een vrouw en een man, die in 2008 zijn gehuwd en samen ouders zijn van vier minderjarige kinderen. De vrouw heeft op 25 juni 2024 een verzoek tot echtscheiding ingediend, met nevenvoorzieningen zoals het ouderschapsplan, huurrecht van de echtelijke woning en de verdeling van cryptovaluta. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, wat door de man niet is betwist, en heeft de echtscheiding uitgesproken. Het ouderschapsplan is aan de beschikking gehecht en de vrouw is met ingang van de inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster van de echtelijke woning.

De rechtbank heeft ook de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld, waarbij de vrouw recht heeft op de helft van de waarde van de cryptovaluta die de man op de peildatum van 25 juni 2024 bezat. De man is verplicht om de vrouw te voorzien van informatie over de cryptovaluta en de waarde daarvan. De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw grotendeels toegewezen, met uitzondering van enkele aanvullende verzoeken die zijn afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de beslissing tot echtscheiding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-4665 (echtscheiding)
FA RK 25-6105 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/668765 (echtscheiding)
C/09/690000 (verdeling)
Datum beschikking: 5 december 2025

Scheiding

Beschikking op het op 25 juni 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.S. Jordan te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van 25 juni 2024;
  • het F9-formulier van 21 augustus 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 6 september 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek van 5 december 2024;
  • het verweerschrift op zelfstandig verzoek van 27 februari 2025;
  • het F9-formulier van 21 maart 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het verweerschrift van 2 juni 2025;
  • het F9-formulier van 14 juli 2025 van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier van 14 juli 2025 van de zijde van de man;
  • het F9-formulier van 23 juli 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 28 oktober 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 29 oktober 2025 van de zijde van de man, met bijlage;
  • het F9-formulier van 4 november 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 6 november 2025 van de zijde van de man, met bijlage.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.
Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw met haar advocaat;
  • de man met mr. N. el Khattouti.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2008 te [plaats].
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats 2];
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2019 in [geboorteplaats 3].
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
  • Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 25 juli 2024 is bij voorlopige voorzieningen bepaald:
- dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning met het beval dat de man die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
- dat de minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- dat de man en de minderjarigen onder begeleiding van [instantie] in ieder geval eenmaal per week 2 uur contact zullen hebben, waarbij geldt dat dit bij goed verloop dient te worden uitgebreid.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2026 is bij voorlopige voorzieningen bepaald – met wijziging in zoverre van de beschikking van 25 juli 2024 –:
- dat de minderjarigen voorlopig bij de man zullen zijn:
- iedere vrijdag uit school tot 21.00 uur;
- iedere zaterdagochtend tot 18.00 uur;
- de helft van alle vakanties in onderling overleg te regelen;
- dat de man aan de vrouw met ingang van 1 maart 2025 voorlopig een kinderalimentatie van € 450,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek

Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
  • bepaling dat het ouderschapsplan onderdeel zal uitmaken van de beschikking;
  • toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning;
  • vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, als volgt:
- de door de man tijdens het huwelijk verworven cryptovaluta, waaronder in elk geval bij [platformnaam 1] en andere (nog te achterhalen) platforms, behoren tot de huwelijksgemeenschap;
- de man is gehouden om binnen een door de rechtbank te bepalen termijn opgave te doen van alle door hem gehouden cryptovaluta, inclusief bijbehorende walletadressen, accounts en de waarde per datum ontbinding van de huwelijksgemeenschap;
- indien de man geen of onvoldoende opgave doet, schat de rechtbank de waarde van de crypto-activa, of neemt de rechtbank een beslissing die zij juist acht;
- de crypto-activa wordt bij helfte tussen partijen verdeeld, dan wel zodanig als de rechtbank in goede justitie bepaalt.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft na wijziging, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
  • aanhechting van het ouderschapsplan aan de beschikking en het ouderschapsplan als ingelast te beschouwen;
  • primair: het nader door partijen overeen te komen echtscheidingsconvenant onderdeel uit te laten maken van de beschikking;
  • subsidiair: de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen op een ander door de man aan te geven wijze;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Echtscheiding
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Opname ouderschapsplan
De rechtbank zal het door de ouders opgestelde ouderschapsplan aanhechten aan deze beschikking en bepalen dat de daarin opgenomen afspraken deel uitmaken van de beschikking.
Huurrecht
De vrouw heeft verzocht om het huurrecht van de echtelijke woning. De man stemt in met dit verzoek.
De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Verdeling
Gesteld noch gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Partijen zijn gehuwd op [datum] 2008 waardoor moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte wordt verdeeld, nu het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018 (artikel 1:100 BW).
Peildatum
Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, namelijk 25 juni 2024. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt in beginsel de datum van verdeling, tenzij de man en de vrouw anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan moet worden afgeweken.
Omvang
De vrouw heeft het volgende bestanddeel naar voren gebracht dat in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap valt: cryptovaluta in beheer bij de man.
Cryptovaluta
De vrouw verzoekt te bepalen dat de crypto van de man bij helfte verdeeld dient te worden. Ter zitting heeft zij naar voren gebracht dat dit verdelingsverzoek ziet op de waarde van de nu aanwezige cryptovaluta.
De rechtbank stelt allereerst vast dat dat wat er op 25 juni 2024 aan cryptovaluta aanwezig was, in de gemeenschap valt. De man heeft erkend dat hij op de peildatum cryptovaluta had in wallets op zijn naam op de platformen [platformnaam 1], [platformnaam 2] en [platformnaam 3].
Voor wat betreft [platformnaam 1] hebben partijen overeenstemming bereikt. De man zal de helft van de door hem aan [platformnaam 1] onttrokken waarde van € 3.449,- aan de vrouw voldoen. De rechtbank zal dat opnemen in het dictum van de beschikking.
Ten aanzien van de wallets op naam van de man bij [platformnaam 2] en [platformnaam 3] overweegt de rechtbank dat zij niet kan vaststellen wat de daarin aanwezige omvang van de cryptovaluta op de peildatum was. Hetzelfde geldt voor eventuele andere cryptovaluta in andere wallets van de man op de peildatum. De peildatum voor de waardering is in geschil. Het is de rechtbank niet bekend of er na de peildatum 25 juni 2024 transacties hebben plaatsgevonden waardoor de samenstelling en omvang zijn gewijzigd. Als peildatum voor de waardering van de tot de gemeenschap behorende goederen, geldt in de regel de datum van feitelijke verdeling. Dit is slechts anders als partijen een andere datum zijn overeengekomen of als er op grond van de redelijkheid en billijkheid een nadere datum moet worden aanvaard. De rechtbank is van oordeel dat de redelijkheid en de billijkheid met zich meebrengen dat bij de verdeling moet worden uitgegaan van de waarde van de cryptovaluta op de datum van ontbinding van de huwelijksgemeenschap, omdat de man na deze datum alleen het beheer over de cryptovaluta heeft gevoerd en onbekend is in hoeverre de cryptovaluta zoals aanwezig op 25 juni 2024 nu bijna anderhalf jaar later nog aanwezig is, terwijl de waarde op 25 juni 2024 eenvoudig vastgesteld moet kunnen worden.
De rechtbank bepaalt daarom dat de cryptovaluta die op de peildatum aanwezig was in de wallets op naam van de man bij [platformnaam 2] en [platformnaam 3] en eventuele andere platformen in de gemeenschap valt, en dat daarom de waarde op 25 juni 2024 gedeeld moet worden tussen partijen. De man moet de vrouw van alle informatie hierover voorzien.
Het meer of anders verzochte ten aanzien van de verdeling zal de rechtbank afwijzen.
Wel wijst de rechtbank partijen op artikel 3:194 lid 2 BW. Uit dat artikel volgt dat een deelgenoot in een gemeenschap die opzettelijk een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn aandeel in dat goed aan de andere deelgenoot verbeurt.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum] 2008 te [plaats];
*
bepaalt dat het in kopie aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan onderdeel uitmaakt van deze beschikking;
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van de inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ([postcode]) te [plaats];
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
  • de cryptovaluta bij [platformnaam 1] wordt toegedeeld aan de man, onder de verplichting om de helft van de waarde van € 3.449,- aan de vrouw te betalen;
  • de overige cryptovaluta bij [platformnaam 2] en [platformnaam 3] wordt toegedeeld aan de man, onder de verplichting om de helft van de waarde op 25 juni 2024 aan de vrouw te betalen en de vrouw te voorzien van de relevante informatie;
*
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing ten aanzien van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 december 2025.