Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een vrouw en een man, die in 2008 zijn gehuwd en samen ouders zijn van vier minderjarige kinderen. De vrouw heeft op 25 juni 2024 een verzoek tot echtscheiding ingediend, met nevenvoorzieningen zoals het ouderschapsplan, huurrecht van de echtelijke woning en de verdeling van cryptovaluta. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, wat door de man niet is betwist, en heeft de echtscheiding uitgesproken. Het ouderschapsplan is aan de beschikking gehecht en de vrouw is met ingang van de inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster van de echtelijke woning.
De rechtbank heeft ook de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld, waarbij de vrouw recht heeft op de helft van de waarde van de cryptovaluta die de man op de peildatum van 25 juni 2024 bezat. De man is verplicht om de vrouw te voorzien van informatie over de cryptovaluta en de waarde daarvan. De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw grotendeels toegewezen, met uitzondering van enkele aanvullende verzoeken die zijn afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de beslissing tot echtscheiding.