ECLI:NL:RBDHA:2025:2583
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak wegens niet-behandeling verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat volgens het Dublin-verdrag Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens gevraagd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 28 januari 2025 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL25.1447) inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier K.L.H. Thomas op 18 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.