Uitspraak
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek.
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 27 juni 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- de brief van 12 september 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- de brief van 30 september 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het F9-formulier van 2 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
In beide procedures:
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- De vader heeft [minderjarige] erkend. De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige].
- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
- De relatie van de partijen is eind 2019 geëindigd.
Verzoek en verweer
- vast te stellen dat de vader en de moeder het gezamenlijke gezag delen over [minderjarige];
- de verdeling van de zorg- en de opvoedtaken vast te stellen, dan wel een omgangsregeling vast te stellen, zoals beschreven onder punt 7 van het verzoekschrift, dan wel een regeling vast te stellen, zoals de rechtbank die in het belang van [minderjarige] acht;
- te bepalen dat de vader zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met een bijdrage van € 179,- per maand althans een bijdrage welke de rechtbank in goede justitie redelijk en billijk acht bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 1 juli 2025 althans met ingang van de datum welke de rechtbank in goede justitie redelijk en billijk acht;
- een voorlopige voorziening vast te stellen, inhoudende een verdeling van de zorg- en opvoedtaken/omgangsregeling;
- te bepalen dat de vader zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met een bijdrage van € 179,- per maand althans een bijdrage welke de rechtbank in goede justitie redelijk en billijk acht bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 1 juli 2025 althans met ingang van de datum welke de rechtbank in goede justitie redelijk en billijk acht;
Beoordeling
Behoefte
Draagkracht
€ 308,-