ECLI:NL:RBDHA:2025:25755
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving in Basisregistratie Personen wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eisers, geboren in Marokko en erkend door hun vader in 2024, verzochten om inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres van hun vader in Leiden. Verweerder liet de aanvragen buiten behandeling omdat eisers geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, mede omdat de erkenning na hun meerderjarigheid plaatsvond en het huwelijk van hun vader bigaam was.
Eisers stelden dat zij door de erkenning met terugwerkende kracht Nederlander zijn geworden en dat de weigering hun gezinsleven schaadt, in strijd met artikel 8 EVRM Pro en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat de erkenning geen terugwerkende kracht heeft en dat de Rijkswet op het Nederlanderschap dit bevestigt. Ook is geen sprake van een schending van artikel 8 of Pro 14 EVRM.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zorgvuldig en deugdelijk heeft gehandeld en dat de weigering van inschrijving terecht is. De beroepen zijn ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de weigering tot inschrijving in de BRP wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.