ECLI:NL:RBDHA:2025:25749

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/671066
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning van een Amerikaanse rechterlijke beslissing inzake familierechtelijke betrekkingen en adoptie van een minderjarige geboren uit draagmoederschap

Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de erkenning van een Amerikaanse rechterlijke beslissing en de adoptie van een minderjarige, geboren uit een draagmoederschapstraject. Verzoekers, een stel dat samenwoont en beiden de Nederlandse nationaliteit heeft, hebben een verzoek ingediend om de geboortegegevens van hun kind, [minderjarige 1], vast te stellen en om de adoptie door [verzoeker 1] uit te spreken. De rechtbank heeft vastgesteld dat de Amerikaanse beslissing van 24 oktober 2023, waarin de familierechtelijke betrekkingen tussen [verzoeker 2] en [minderjarige 1] zijn erkend, van rechtswege in Nederland kan worden erkend. De rechtbank heeft geoordeeld dat er voldoende aanknoping was met de rechtssfeer van Nederland en dat de erkenning van de Amerikaanse beslissing niet in strijd is met de openbare orde. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat het draagmoederschapstraject zorgvuldig is verlopen en dat de belangen van alle betrokkenen, inclusief het kind, zijn gewaarborgd. De rechtbank heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast om een latere vermelding van de Amerikaanse beslissing op de geboorteakte van [minderjarige 1] toe te voegen. Daarnaast heeft de rechtbank de adoptie van [minderjarige 1] door [verzoeker 1] uitgesproken, waarbij is vastgesteld dat de familierechtelijke betrekkingen tussen [verzoeker 2] en [minderjarige 1] in stand blijven. De rechtbank heeft de noodzakelijke gegevens voor de opmaak van de geboorteakte vastgesteld en de overige verzoeken afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5866
Zaaknummer: C/09/671066
Datum beschikking: 21 november 2025

Beschikking op het op 31 juli 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

hierna gezamenlijk: verzoekers dan wel wensouders en afzonderlijk [verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.H. van der Tol te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 september 2024, met kenmerk: [kenmerk] ;
- de brief van de ambtenaar van 31 oktober 2024 van met bijlagen;
- het F9 formulier van 4 november 2024 van de zijde van verzoekers, houdende een reactie op de brief van de ambtenaar en de Raad voor de Kinderbescherming;
- de F9-formulieren van 3 juni 2025, 27 juni 2025, 19 september 2025 van de zijde van verzoekers met de vraag over de voortgang van de procedure;
- de brief van 16 oktober 2025 houdende een klacht over de voortgang van de procedure en het gebrek aan beantwoording van de F9-formulieren;
Met instemming van verzoekers heeft er geen zitting plaatsgevonden

Verzoek

Het verzoek – zoals dat nu luidt – strekt ertoe dat de rechtbank:
I de geboortegegevens opnieuw vast te stellen en de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten over te gaan tot inschrijving van de opnieuw vastgestelde geboortegegevens in het register van geboorte van de gemeente Den Haag van:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 1]
Voornamen : [voornamen 1]
Moeder : [naam 1]
Vader : [naam 2]
Dag van geboorte : [geboortedatum 1] 2023
Tijdstip van geboorte : [tijdstip]
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] ( De Verenigde Staten van Amerika )
Geslacht : vrouw
II voor recht te verklaren dat in de beslissing van de Circuit Court of the [staat] ( Verenigde Staten van Amerika ) van 24 oktober 2023 de familierechtelijke betrekkingen tussen [naam 2] en de minderjarige [minderjarige 1] zijn beëindigd en de familierechtelijke betrekkingen tussen [verzoeker 2] en de minderjarige [minderjarige 1] zijn vastgesteld en dat
naar de rechtbank begrijpt[verzoeker 2] is belast met het ouderlijk gezag over haar;
III. te bepalen dat [verzoeker 2] (eerst) alleen met het gezag over [minderjarige 1] wordt belast en dat het gezag van de draagmoeder wordt beëindigd over [minderjarige 1]
IV. De adoptie uit te spreken van [minderjarige 1] door [verzoeker 1] en te verstaan dat de familierechtelijke betrekkingen tussen [verzoeker 2] en [minderjarige 1] in stand blijven na de adoptie door [verzoeker 1] ;
V. te verstaan dat na de adoptie door [verzoeker 1] beide wensouders met het gezag over [minderjarige 1] zijn belast en daarvan een aantekening te laten maken in het gezagsregister;
VI. te verklaren dat de geslachtsnaam van de voornoemde minderjarige [minderjarige 1] is na erkenning van de buitenlandse beschikking, danwel de adoptie.
een en ander voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

- De wensouders hebben een affectieve relatie en wonen samen.
- Volgens de uittreksels uit de Basisregistratie Personen hebben verzoekers beiden de Nederlandse nationaliteit.
- De wensouders kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht realiseren. Zij hebben voor hoogtechnologisch draagmoederschap gekozen.
- De draagmoeder, [naam 1] , is Amerikaans burger. Zij is gehuwd met [naam 2] . Hij is eveneens Amerikaans burger. De draagmoeder en haar partner wonen in [plaats 1] , VS .
- De wensouders en de draagmoeder hebben in de VS onafhankelijk juridisch advies ontvangen van hun eigen advocaat, waarin zij zijn gewezen op hun rechten, verantwoordelijkheden en verplichtingen op basis van de bestaande wetgeving in de VS .
- De wensouders en de draagmoeder met haar partner hebben op 3 januari 2023 en
daarmee voorafgaand aan de zwangerschap een draagmoederschapsovereenkomst
“gestational surrogacy agreement” opgesteld.
- Voor de draagmoeder was medische zorg geregeld.
- Voor de ivf behandeling is gebruik gemaakt van de kliniek “ORM Fertility” in
[plaats 1] , VS .
- De draagmoeder is na een ivf behandeling door voornoemde kliniek in verwachting geraakt. Er is daarbij een embryo bij de draagmoeder geplaatst, waarbij er gebruik is gemaakt van een zaadcel van [verzoeker 2] en een eicel van een bekende eiceldonatrice, [naam 3] . Dit volgt uit een verklaring van [naam 4] , MD, van 22 augustus 2023. De wensouders hadden al eerder, en wel op 20 september 2019, met de eiceldonatrice een “Agreement” opgesteld en ondertekend.
- Op 24 oktober 2023 heeft “the Circuit Court State of the [staat] ” van de Verenigde Staten van Amerika de volgende beslissing – voorzien van apostille – gegeven:
“1. [naam 2] is not the genetic or legal father of Baby Girl [minderjarige 1] .
2. [verzoeker 2] is the genetic father of Baby Girl [minderjarige 1] .
3. [verzoeker 2] will be the legal father of Baby Girl [minderjarige 1] upon the child’s birth.
4. [verzoeker 2] is granted custody of Baby Girl [minderjarige 1] upon birth by virtue of his status as the child’s legal parent an the stipulation of the parties.
5. The [plaats 1] State Registrar of the Center for Health Statistics is ordered and directed to promptly issue a new or amended birth certificate for Baby Girl [minderjarige 1] , upon the child’s birth, in the name as determined by Petitioners, in compliance with this General Declaratory Judgement of Parentage, designating and naming [verzoeker 2] as the legal father of Baby Girl [minderjarige 1] .”
- Op [geboortedatum 1] 2023 is uit de draagmoeder geboren [minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ) te [geboorteplaats 1] , VS . Op de geboorteakte van het kind, opgemaakt op [datum] 2023 en voorzien van apostille, staat de draagmoeder als moeder van het kind vermeld en [verzoeker 2] als vader vermeld.
- [minderjarige 1] is Amerikaans burger.
- De wensouders verzorgen en voeden [minderjarige 1] sinds haar geboorte op.
- Op 21 mei 2024 heeft de draagmoeder een “Affidavit” – voorzien van apostille – opgesteld en ondertekend. Zij verklaart hier onder meer dat zij zich kan vinden in voornoemde Amerikaanse rechterlijke beslissing, dat haar intentie is dat de wensouders volledige voogdij over [minderjarige 1] hebben, dat [minderjarige 1] niets van haar als ouder heeft te verwachten, dat zij instemt met een adoptie door [verzoeker 1] en dat zij niet wenst te worden betrokken in een rechterlijke procedure in Nederland.
- Verzoekers zijn de ouders van [minderjarige 2] ( [minderjarige 2] ) te [plaats 2] , VS . Voor de conceptie van [minderjarige 2] is gebruik gemaakt van dezelfde eiceldonatrice en draagmoeder als [minderjarige 1] .
- Vanaf 6 december 2023 wonen verzoekers samen met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in gezinsverband samen.
- Een deskundigenrapport van Verliabs van 17 april 2024 vermeld dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9% is aangetoond dat [verzoeker 2] de biologische vader is van [minderjarige 1] .

Beoordeling

Rechtsmacht
De rechtbank heeft rechtsmacht, omdat de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland is verbonden.
De positie van de draagmoeder
De draagmoeder en haar partner kunnen in beginsel als belanghebbenden als bedoeld in artikel 798 Rv worden aangemerkt. De rechtbank zal de draagmoeder en haar partner evenwel niet als belanghebbenden aanmerken. Dit gelet op de hierboven vastgestelde feiten, waaronder de opgestelde en ondertekende “Affidavit” van de draagmoeder waarin zij kort gezegd heeft verklaard dat zij zich kan vinden in voornoemde Amerikaanse beslissing, dat [minderjarige 1] niets van haar als ouder heeft te verwachten en waarin zij instemt met een adoptie door [verzoeker 1] . Zij heeft eveneens aangegeven niet te willen worden betrokken in een rechtelijke procedure in Nederland. De rechtbank zal verdere oproeping dan ook achterwege laten.
Erkenning Amerikaanse beslissing en last tot inschrijving Amerikaanse beslissing
Toepasselijk recht
Nu het verzoek strekt tot het erkennen van een buitenlandse beslissing in Nederland en
tot het laten aantekenen van de Amerikaanse beslissing op de (zoals hieronder blijkt nog op te maken) geboorteakte van [minderjarige 1] in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand, is op deze verzoeken Nederlands recht van toepassing.
Juridisch kader: toetsing Amerikaanse beslissing
De rechtbank dient te beoordelen of de uit de Amerikaanse beslissing voortvloeiende, uit hoofde van afstamming vastgestelde, familierechtelijke rechtsbetrekkingen hier te lande van rechtswege kunnen worden erkend. De rechtbank zal in dit kader de in boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geplaatste erkenningsregeling naar analogie toepassen op de afstammingsrechtelijke gevolgen van draagmoederschap.
Ingevolge art. 10:100 lid 1 BW wordt een buitenslands tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd in Nederland van rechtswege erkend, tenzij:
a. er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land;
b. aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of
c. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
De erkenning van de beslissing kan, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde worden geweigerd op de enkele grond dat daarop een ander recht is toegepast dan uit deze titel zou zijn gevolgd (lid 2).
Uitgangspunt van de wet is dat de Amerikaanse beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld tussen [verzoeker 2] en [minderjarige 1] worden erkend. Dit is slechts anders indien er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land, aan de beslissing geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of de erkenning van de beslissing onverenigbaar is met de openbare orde.
Niet in geschil is dat sprake is geweest van behoorlijk onderzoek en rechtspleging.
Nu het draagmoederschap in de Verenigde Staten van Amerika heeft plaatsgevonden en de draagmoeder met haar partner daar woonachtig zijn, kan niet worden geoordeeld dat er voor de rechtsmacht van de Amerikaanse rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond. In deze zaak gaat het om de vraag of de openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen zoals vastgesteld in de Amerikaanse beslissing.
Openbare orde exceptie: zorgvuldig draagmoederschapstraject?
De rechtbank stelt vast dat de ambtenaar zich ten aanzien van de toetsing aan de voorwaarden in het kader van het traject van draagmoederschap zich aan het oordeel van de rechtbank refereert. De ambtenaar verwijst in dit kader naar het rapport van de Staatscommissie Herijking Ouderschap, ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 en de jurisprudentie hieromtrent.
De rechtbank acht het in het kader van de openbare orde toets van belang om te beoordelen of het in het buitenland gevolgde traject van draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden, gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders in kwestie. Hierbij zijn de aanbevelingen van voornoemde Staatscommisssie van belang en de door het kabinet in zijn brief van 12 juli 2019 (kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouders en het kind. Hieruit volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Nu [verzoeker 2] in de Amerikaanse beslissing als ouder is aangemerkt van het kind dient hierbij met name te worden beoordeeld of de belangen van het kind, de eiceldonatrice en de draagmoeder voldoende in acht zijn genomen.
Op grond van de overgelegde stukken en de toelichting in de stukken komt de rechtbank tot het oordeel dat het draagmoederschapstraject dat verzoekers in de Verenigde Staten van Amerika hebben doorlopen zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Voor [minderjarige 1] is haar volledige ontstaansgeschiedenis te achterhalen. De draagmoeder is bekend en de band met haar en haar familie is volgens verzoekers zeer goed. De draagmoeder is ook draagmoeder geweest van [minderjarige 2] , de broer van [minderjarige 1] . Verzoekers hebben in die procedure over de draagmoeder verklaard dat zij “erbij hoort” en dat er boeken met foto’s aanwezig zijn. De draagmoeder heeft juridisch advies ontvangen en voor haar was medische zorg geregeld. De eiceldonatrice is bekend en [minderjarige 1] is in staat om via ORM Fertility in contact te komen met haar.
Gebleken is dat het juridisch ouderschap van [verzoeker 2] vanaf de geboorte van [minderjarige 1] is vastgesteld en dat hij eveneens met het gezag over [minderjarige 1] is belast, een en ander in overeenstemming met de wetgeving van [plaats 1] , VS . De rechtbank kwalificeert deze Amerikaanse beslissing als een ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder en een vaststelling van het ouderschap van [verzoeker 2] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Amerikaanse beslissing van rechtswege in Nederland kan worden erkend. Dit verzoek zal worden toegewezen.
Juridisch kader: aantekening maken op geboorteakte
Verzoekers verzoeken de ambtenaar te gelasten een latere vermelding van de Amerikaanse beslissing betreffende de ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder en de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [verzoeker 2] toe te voegen aan de geboorteakte.
Artikel 1:20b BW bepaalt – voor zover hier van belang – dat op verzoek van een belanghebbende dan wel ambtshalve van akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben als de akten en rechterlijke uitspraken, bedoeld in artikel 1:20 BW, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding wordt toegevoegd aan de desbetreffende in de registers van de burgerlijke stand hier te lande voorkomende geboorteakte, tenzij de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet.
De rechtbank stelt vast dat de Amerikaanse beslissing een ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder en een vaststelling van het ouderschap van [verzoeker 2] over [minderjarige 1] betreft, zodat deze beslissing overeenkomt met een Nederlandse rechterlijke uitspraak zoals bedoeld in artikel 1:20 BW. Van de beslissing van deze rechtbank dat de Amerikaanse uitspraak van rechtswege in Nederland kan worden erkend dient dan ook een latere vermelding op de (nog op te maken) geboorteakte van [minderjarige 1] te worden gemaakt. De rechtbank zal dan ook in die zin de ambtenaar gelasten een latere vermelding te plaatsen op de nog op te maken geboorteakte van [minderjarige 1] . De rechtbank stelt vast dat dit overeenkomt met het door de ambtenaar in zijn brief van 31 oktober 2024 ingenomen standpunt omtrent het registreren van de Amerikaanse beslissing op de nog op te maken geboorteakte van [minderjarige 1] .
Adoptie
Verzoekers verzoeken de adoptie van [minderjarige 1] door [verzoeker 1] uit te spreken.
Toepasselijk recht
Ingevolge artikel 10:105 BW is op het verzoek het Nederlandse recht van toepassing.
De rechtbank stelt vast dat bij de Amerikaanse beslissing het ouderschap van [verzoeker 2] vanaf de geboorte van [minderjarige 1] is vastgesteld. In dit geval is dan ook sprake van een adoptie door de partner van de ouder. De artikelen 1:227 en 1:228 BW zijn van toepassing.
De rechtbank stelt vast dat verzoekers meer dan drie jaar samen wonen en dat inmiddels ook is voldaan aan de in artikel 1:228 onder f BW gestelde eis van gedurende tenminste een jaar gezamenlijk verzorgen en opvoeden van [minderjarige 1] . [minderjarige 1] is twee jaar oud en verblijft sinds 6 december 2023 in het gezin van verzoekers.
De draagmoeder heeft blijkens haar verklaring ingestemd met de adoptie van [minderjarige 1] door [verzoeker 1] .
De Raad heeft zich onthouden van een advies omtrent het verzoek tot adoptie van [minderjarige 1] omdat [minderjarige 1] en verzoekers hun gewone verblijfplaats niet in Nederland hebben en dat [minderjarige 1] nog niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de Raad in een later stadium alsnog om advies te vragen, nu zij ten aanzien van de adoptie van de broer van [minderjarige 1] destijds hebben geadviseerd om de adoptie toe te wijzen. Nu het traject op dezelfde manier is verlopen, gaat de rechtbank ervan uit dat ook ten aanzien van [minderjarige 1] de Raad tot een instemmende verklaring zou zijn overgegaan.
Nu aan de overige vereisten van de artikelen 1:227 en 1:228 BW eveneens is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie in het belang van [minderjarige 1] toewijzen.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub k van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Geslachtsnaam na adoptie
De rechtbank overweegt dat [minderjarige 1] op grond van artikel 1:5 lid 3 BW de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] houdt. Dit is overeenkomstig de wens van verzoekers.
Vaststellen geboortegegevens
Toepasselijk recht
Nu het gaat om het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van [minderjarige 1] en opname daarvan in de Nederlandse registers, acht de rechtbank Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
De ambtenaar heeft in zijn brief van een voorstel gedaan voor de vast te stellen geboortegegevens van [minderjarige 1] . Verzoekers hebben aangegeven met dit voorstel te kunnen instemmen.
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:25c, eerste lid, BW kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van een belanghebbende de rechtbank Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien die persoon Nederlander is dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest, die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000 dan wel op grond van dit boek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd. Op grond van het tweede lid van dat artikel houdt de rechtbank rekening met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent de omstandigheden waaronder, en het tijdstip waarop de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de vader en van de moeder worden vastgesteld, voor zover daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.
Op grond van artikel 1:20 lid 1 onder a BW – voor zover hier van belang – voegt de ambtenaar aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere vermeldingen toe van rechterlijke uitspraken waarvan de dagtekening ten minste drie maanden oud is en die een adoptie inhouden. Op grond van dit artikel dient dan ook een latere vermelding aan de akte van geboorte te worden toegevoegd, zodat de geboortegegevens van [minderjarige 1] door deze rechtbank kunnen worden vastgesteld.
De rechtbank zal overeenkomstig het advies van de ambtenaar, waarmee verzoekers instemmen, beslissen.
Verzoek te verstaan dat de familierechtelijke betrekking van [minderjarige 1] met [verzoeker 2] in stand blijft
Verzoekers verzoeken te verstaan dat de familierechtelijke betrekking van [minderjarige 1] met [verzoeker 2] in stand blijft.
De rechtbank is van oordeel dat deze zogenoemde “verstaan” verzoeken zich niet voor opname in het dictum van deze beslissing lenen.
De rechtbank stelt evenwel het volgende vast. [verzoeker 2] is – zoals hiervoor is gebleken – vanaf de geboorte van [minderjarige 1] als juridisch ouder belast met het eenhoofdig gezag over haar. [verzoeker 1] zal, indien de uitspraak omtrent de adoptie onherroepelijk is geworden, eveneens juridisch ouder zijn. Uit artikel 1:229 lid 3 BW volgt dat de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en zijn ouder en diens bloedverwanten blijft bestaan, indien de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van die ouder het kind adopteert. Hieruit volgt ook dat vanaf het moment dat de adoptie onherroepelijk is geworden verzoekers gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] zullen uitoefenen.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart voor recht dat de beslissing van “the Circuit Court [staat] ” van de Verenigde Staten van Amerika van 24 oktober 2023 waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming tussen [verzoeker 2] en het kind [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] , Verenigde Staten van Amerika , zijn vastgesteld van rechtswege in Nederland worden erkend;
*
gelast de ambtenaar om op de nog op te maken geboorteakte van [minderjarige 1] een latere vermelding te plaatsen van voornoemde Amerikaanse beslissing, welke beslissing de ontkenning van het vaderschap van de partner van de draagmoeder, [naam 2] , en de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [verzoeker 2] over [minderjarige 1] betreft, toe te voegen aan de geboorteakte;
*
spreekt uit de adoptie van:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] , Verenigde Staten van Amerika ,
door Wesley [verzoeker 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1987 te [geboorteplaats 2] ;
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
*
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam : [verzoeker 1] [verzoeker 2]
Voornamen : [voornamen 1]
Geboortedatum : [geboortedatum 1] 2023
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , Verenigde Staten van Amerika
Geslacht :V (vrouwlijk)
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
Voornamen moeder : [voornamen 2]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 3] 1990
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 3] , Verenigde Staten van Amerika
Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam 2]
Voornamen : [voornamen 3]
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechters tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2025.