Verzoekers, een Nederlands stel, hebben via draagmoederschap in de Verenigde Staten een kind gekregen. De Amerikaanse rechtbank heeft het ouderschap van verzoeker 2 vastgesteld en het vaderschap van de partner van de draagmoeder ontkend. De draagmoeder stemde in met de adoptie door verzoeker 1.
De rechtbank Den Haag beoordeelde of deze Amerikaanse beslissing in Nederland erkend kan worden. Er was voldoende aanknoping met Nederland, de procedure in de VS was behoorlijk en de erkenning stuitte niet op openbare orde bezwaren. Het draagmoederschapstraject werd als zorgvuldig beoordeeld, met voldoende waarborgen voor het kind, de draagmoeder en de eiceldonatrice.
De rechtbank gelastte de ambtenaar van de burgerlijke stand om de Amerikaanse beslissing op de geboorteakte te vermelden, stelde de geboortegegevens vast en sprak de adoptie uit. Na de adoptie zijn beide wensouders gezamenlijk belast met het gezag over het kind. De geslachtsnaam blijft conform de wens van verzoekers gehandhaafd.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en bepaalde dat de griffier een afschrift van de beschikking aan het gezagsregister zal sturen na kracht van gewijsde.