ECLI:NL:RBDHA:2025:25744
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen beslissing minister niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft op 29 juli 2025 een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Asiel en Migratie van 10 juli 2025. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat niet nodig werd geacht.
De kern van de zaak betreft de niet-tijdige betaling van het griffierecht door verzoekster. De rechtbank heeft verzoekster op 31 juli 2025 een aangetekende nota gestuurd met de mededeling dat het griffierecht binnen vier weken betaald moest worden, met de waarschuwing dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard zou worden. Volgens Track&Trace is deze brief op 4 augustus 2025 bezorgd en ondertekend ontvangen.
Omdat het griffierecht niet tijdig is ontvangen en verzoekster geen geldige reden heeft gegeven voor deze nalatigheid, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke behandeling van het verzoek gegeven en ook geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.