ECLI:NL:RBDHA:2025:25729

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695535 / FA RK 25-9120
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1970. De officier van justitie had verzocht om deze machtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, heeft het verzoek betwist en ontkent dat hij lijdt aan schizofrenie of dat er sprake is van ernstig nadeel. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, en dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder dreigend gedrag en conflicten in de thuissituatie. De rechtbank oordeelt dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis, en dat betrokkene zonder dwingend kader zich zal onttrekken aan de benodigde zorg. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 23 juni 2026, en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is gegeven door rechter O.F. Bouwman, bijgestaan door griffier L. van der Gaag, en is uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695535 / FA RK 25-9120
Datum beschikking: 23 december 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], [land],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 03 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 1 december 2025 ondertekende medische verklaring van [naam], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een niet-ingevulde zorgkaart;
- een zorgplan van 24 november 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 december 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- brief van de officier van justitie van 20 oktober 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
- een eigen plan van aanpak van 25 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. S. Kandemir, waarnemend voor de advocaat en een tolk in de Turkse taal;
- de casemanager,
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is afwijzing van het verzoek bepleit. Daartoe is aangevoerd dat betrokkene betwist dat bij hem sprake is van schizofrenie. Ook ontkent betrokkene dat sprake is van ernstig nadeel. Het is onjuist dat betrokkene agressief gedrag heeft vertoond en dat hij zijn vrouw en dochter met de dood heeft bedreigd. Uit de stukken blijkt niet dat recentelijk incidenten zich hebben voorgedaan en het ernstig nadeel richt zich slechts op de angst voor toekomstige incidenten. Het ernstig nadeel is dan ook onvoldoende onderbouwd. Betrokkene wenst bemoeienis meer vanuit de zorgaanbieder. Momenteel voelt betrokkene zich goed en hij meent dat (medicamenteuze) behandeling niet noodzakelijk is. Betrokkene heeft veel last van de negatieve effecten van het medicatiegebruik.
Door de casemanager is naar voren gebracht dat het toestandsbeeld van betrokkene dankzij de geboden behandeling op dit moment redelijk stabiel is. Betrokkene krijgt medicatie in depotvorm toegediend en gezien wordt dat betrokkene tegen het einde van de werking van de depotmedicatie in toenemende mate achterdochtiger wordt. In het verleden is gebleken dat betrokkene zonder medicamenteuze behandeling psychotisch ontregelt, waarbij hij onder andere in de veronderstelling is dat hij wordt vergiftigd. Als gevolg hiervan vertoont betrokkene dreigend gedrag en ontstaan er (waaronder in de thuissituatie) conflicten en incidenten. Ook heeft betrokkene in het verleden vanuit psychotische overtuigingen zijn Nederlanderschap opgezegd. Een verlenging van de zorgmachtiging is noodzakelijk om de medicamenteuze behandeling te continueren, zodat voorkomen kan worden dat betrokkene psychotisch ontregelt en er opnieuw incidenten ontstaan.

Beoordeling

Op 20 december 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 20 december 2025.
Op grond van het bepaalde in artikel 6:6 lid 1 sub a Wvggz is deze zorgmachtiging inmiddels vervallen, aangezien als gevolg van een te late indiening van het verzoekschrift door de officier van justitie de mondelinge behandeling na de expiratiedatum van de machtiging heeft plaatsgevonden.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
Door en namens betrokkene is de diagnose betwist. De rechtbank ziet echter geen reden om te twijfelen aan de gestelde diagnose, nu deze is vastgesteld door een onafhankelijke psychiater die betrokkene in het kader van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging heeft onderzocht en die zijn bevindingen in de medische verklaring heeft vastgelegd. Daar komt bij dat de diagnose in het verleden meermaals is vastgesteld door verschillende deskundigen en in de beschikkingen van voorgaande zorgmachtigingen eveneens is opgenomen dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Bij betrokkene is sprake van een chronisch psychiatrische kwetsbaarheid en hij heeft in het verleden meerdere paranoïde episodes doorgemaakt. Wanneer bij betrokkene sprake is van een paranoïde psychotisch toestandsbeeld, vertoont hij dreigend en agressief gedrag. Zonder medicatiegebruik neemt de paranoïdie bij betrokkene ernstig toe, waarbij hij denkt vergiftigd en achtervolgd te worden. Dit leidt tot conflicten en overbelasting van het systeem. In het verleden heeft betrokkene zijn gezinsleden met de dood bedreigd.
De rechtbank is van oordeel dat uit de overlegde stukken en hetgeen door de casemanager ter zitting aanvullend naar voren is gebracht, voldoende is gebleken dat de psychische stoornis, waar betrokkene aan lijdt, voor ernstig nadeel zorgt. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om het verweer van de advocaat – voor zover dat ziet op het ontbreken van ernstig nadeel – te honoreren.
Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Bij betrokkene is geen sprake van ziektebesef en -inzicht, waardoor hij behandeling en medicatiegebruik niet noodzakelijk acht. Gelet hierop is het reëel om aan te nemen dat betrokkene zich zonder dwingend kader zal onttrekken aan benodigde zorg. De casemanager heeft ter zitting de noodzaak van de (medicamenteuze) behandeling onderschreven. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.
Nu de vorige zorgmachtiging is vervallen, is er geen sprake van een aansluitende zorgmachtiging en zal de rechtbank de nieuwe zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], [land],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, rechter, bijgestaan door L. van der Gaag als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.