ECLI:NL:RBDHA:2025:25726
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende een aansluitende zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1990. De officier van justitie had op 8 december 2025 een verzoek ingediend voor het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank heeft de zaak behandeld na ontvangst van diverse medische verklaringen en documenten die de noodzaak voor verplichte zorg onderbouwden. Tijdens de mondelinge behandeling op 23 december 2025 werd betrokkene bijgestaan door haar advocaat, mr. A.M.D. Naarden, en de behandelaar was ook aanwezig. Betrokkene verzet zich tegen bepaalde zorgvormen, zoals 'insluiten' en 'uitoefenen van toezicht', omdat zij in het verleden negatieve ervaringen heeft gehad met insluiting. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een bipolaire-I-stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel en dat verplichte zorg noodzakelijk is om haar geestelijke gezondheid te stabiliseren. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend, met inachtneming van de voorgestelde zorgvormen, en deze machtiging geldt tot en met 23 december 2026. Het verzoek om de zorgvormen 'insluiten' en 'uitoefenen van toezicht' werd afgewezen, omdat de rechtbank onvoldoende voorzienbaar achtte dat deze noodzakelijk zouden zijn.