ECLI:NL:RBDHA:2025:25724
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
In deze beschikking van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 23 december 2025, is een verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging behandeld. Dit verzoek is ingediend door de officier van justitie op 8 december 2025, met als doel verplichte zorg te verlenen aan een betrokkene, geboren in 1969, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek schizofrenie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene niet ter zitting is verschenen, maar dat zijn advocaat namens hem het woord heeft gevoerd. De officier van justitie was ook niet aanwezig, maar had wel een verzoek ingediend voor een zorgmachtiging van 24 maanden. De advocaat van de betrokkene betwistte deze duur, stellende dat er geen aaneengeschakelde zorg was verleend in de afgelopen vijf jaar, wat volgens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) noodzakelijk is voor een dergelijke machtiging.
De rechtbank heeft de argumenten van beide partijen overwogen en vastgesteld dat er inderdaad een onderbreking was in de zorg tussen 22 januari 2022 en 26 januari 2022. Dit leidde tot de conclusie dat de verzochte duur van 24 maanden niet kon worden toegewezen. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten om de zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 12 maanden, tot en met 23 december 2026. De beschikking omvatte verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid van de betrokkene, om ernstig nadeel af te wenden en zijn geestelijke gezondheid te stabiliseren. De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde zorg noodzakelijk was, gezien het gebrek aan ziekte-inzicht bij de betrokkene en het risico dat hij zou stoppen met de behandeling als deze op vrijwillige basis zou plaatsvinden.