ECLI:NL:RBDHA:2025:25714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft op 12 september 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft vervolgens op 16 september 2024 een verzoek gedaan aan de Bulgaarse autoriteiten om eiser over te nemen, wat op 26 september 2024 werd geweigerd. Hiermee kwam vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en ging de beslistermijn van zes maanden lopen.
Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 26 maart 2026 moest beslissen. Eiser heeft de minister op 24 september 2025 in gebreke gesteld, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was.
De rechtbank ziet daarom geen grond om het beroep ontvankelijk te verklaren en wijst het beroep af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir op 22 december 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.