ECLI:NL:RBDHA:2025:25702

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/671600 HA ZA 24-722
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing van deskundige en schadebegroting in civiele procedure

In deze civiele procedure heeft de Rechtbank Den Haag op 31 december 2025 uitspraak gedaan in de zaak tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] als eisers in conventie en [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] als gedaagden in conventie. De rechtbank heeft de eerder benoemde deskundige, [naam 1], ontheven van haar taak, omdat zij op 28 oktober 2025 zonder uitnodiging van de gedaagden een onderzoek heeft uitgevoerd in de woning van de eisers. Dit was in strijd met de instructies van de rechtbank en de Gedragscode voor gerechtelijke deskundigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de deskundige recht heeft op een vergoeding van € 1.579,50 voor haar werkzaamheden, ondanks de gemaakte fout. De rechtbank heeft ook overwogen dat het belangrijk is om de schade van de eisers nauwkeurig te begroten en heeft daarom besloten om een andere deskundige, [naam 2], te benaderen voor het onderzoek. Indien dit niet mogelijk is, zal de rechtbank de schade zonder deskundige schatten. De beslissing om de deskundige te ontheffen en de vergoeding vast te stellen, is genomen om het vertrouwen in het proces te waarborgen en om een eerlijke schadevergoeding te kunnen vaststellen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/671600 / HA ZA 24-722
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van

1.[eiser sub 1] te [woonplaats],2. [eiser sub 2] te [woonplaats],

eisers in conventie, verweerders in reconventie,
advocaat: mr. C.G. Huijsmans,
tegen

1.[gedaagden sub 1] te [woonplaats],2. [gedaagden sub 2] te [woonplaats],

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
advocaat: mr. H.C. Uittenbogaart.
Partijen worden hierna [eiser sub 1], [eiser sub 2], [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 september 2025 (hierna het tussenvonnis III) en de daarin genoemde stukken;
- het bericht van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] van 31 oktober 2025;
- het bericht van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van 6 november 2025;
- de e-mails van de rechtbank van 10 november 2025 en 18 november 2025;
- de akte uitlaten van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] van 27 november 2025;
- de akte uitlaten van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van 8 december 2025.

2.Overwegingen

2.1.
Bij het tussenvonnis III heeft de rechtbank [naam 1] (hierna: [naam 1]) tot deskundige benoemd. Verder is bij het tussenvonnis III bepaald dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zou instellen op de door haar in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats. De rechtbank heeft in het tussenvonnis III de deskundige verder erop gewezen dat zij voor aanvang van het onderzoek kennis moest nemen van de Gedragscode gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken (hierna: de Gedragscode) én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (hierna: de Leidraad).
2.2.
[naam 1] is op 28 oktober 2025 in het kader van haar onderzoek in de woning van [eiser sub 1] en [eiser sub 2], op het adres [adres], geweest zonder dat [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] daar uitgenodigd waren. De rechtbank heeft daarop bij e-mail van 10 november 2025 laten weten het wenselijk te achten dat het onderzoek ter plaatse nogmaals zou plaatsvinden, nu in aanwezigheid van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2]. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben echter verzocht een nieuwe deskundige te benoemen.
2.3.
Bij e-mail van 18 november 2025 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de volgende opties:
1. [naam 1] zet haar onderzoek voort.
2. De rechtbank benadert een andere taxateur, te weten mevrouw [naam 2] (hierna: [naam 2]). Als partijen kiezen voor deze optie, dient een van partijen de door [naam 1] reeds gemaakte kosten van € 1.579,50 te voldoen. Bij het eindvonnis zal de rechtbank bepalen welke partij dat is. Dit bedrag zal in eerste instantie worden betaald uit het door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedeponeerde voorschot. Voor zover de begrote kosten van [naam 2] het overblijvende voorschot overschrijden, zal de rechtbank bepalen dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] een aanvullend voorschot moeten deponeren.
3. De rechtbank maakt een schatting van de schade van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zonder advies van een deskundige. Zij zoekt daarbij aansluiting bij het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4948. Ook als partijen kiezen voor deze optie, dient een van partijen de door [naam 1] reeds gemaakte kosten van € 1.579,50 te voldoen. Bij het eindvonnis zal de rechtbank bepalen welke partij dat is. Dit bedrag zal in eerste instantie worden betaald uit het door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedeponeerde voorschot.
Reactie [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2]
2.4.
[gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben een voorkeur voor optie 2. [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] hebben te kennen gegeven dat optie 1 voor hen niet acceptabel is. Zij kunnen niet vaststellen wat er tijdens het bezoek van [naam 1] op 28 oktober 2025 is besproken. Achteraf is niet vast te stellen in hoeverre gesprekken tijdens dit bezoek invloed hebben gehad op de uitkomst van het onderzoek. Dat dit bezoek zonder hun aanwezigheid heeft plaatsgevonden, is niet ongedaan te maken. Ook optie 3 is voor [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] niet aanvaardbaar. Om tot een correcte verrekening van het voordeel van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van het hebben van een paalfundering onder hun woning te komen, is het cruciaal dat de waardevermeerdering van hun woning door zo’n fundering objectief en deskundig wordt vastgesteld. Ten slotte stellen [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] zich op het standpunt dat de door [naam 1] gemaakte kosten door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedragen moeten worden.
Reactie [eiser sub 1] en [eiser sub 2]
2.5.
[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben een voorkeur voor optie 3. Zij verwachten dat dit leidt tot een preciezere uitkomst dan wanneer een taxateur zal worden benoemd, aangezien een taxateur alleen een schatting kan geven in de zin van afgeronde bedragen. Zij vinden het te billijken dat een schatting door de rechtbank in hun voordeel kan zijn, nu [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] in zeer verregaande mate willens en wetens onverantwoord hebben gehandeld en [eiser sub 1] en [eiser sub 2] niet hebben gevraagd om verbetering van hun woning. Ook is optie 3 een snelle methode; [eiser sub 1] en [eiser sub 2] wijzen erop dat het funderingsherstel op relatief korte termijn moet plaatsvinden. Voor zover de rechtbank oordeelt dat de schade moet worden vastgesteld door een taxateur, gaat de voorkeur van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] uit naar optie 1. Als [naam 1] het onderzoek niet voortzet, zijn [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van mening dat zij geen recht heeft op een vergoeding.
Ontheffing [naam 1] van taak
2.6.
De rechtbank overweegt dat [naam 1], door [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] niet uit te nodigen om bij het onderzoek op 28 oktober 2025 aanwezig te zijn, heeft gehandeld in strijd met instructies in het tussenvonnis III en de bepalingen uit de Gedragscode en de Leidraad die betrekking hebben op hoor en wederhoor. Aangezien [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] daardoor hun vertrouwen in haar hebben verloren en een voortzetting van het onderzoek door [naam 1] ook niet de voorkeur heeft van [eiser sub 1] en [eiser sub 2], zal de rechtbank haar van haar taak ontheffen.
2.7.
Anders dan [eiser sub 1] en [eiser sub 2], is de rechtbank van oordeel dat [naam 1] recht heeft op een vergoeding voor haar werkzaamheden. Weliswaar heeft zij een fout gemaakt, maar dit had naar het oordeel van de rechtbank opgelost kunnen worden door nogmaals - in aanwezigheid van [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] - ter plaatse onderzoek te verrichten. Dat deze optie niet de voorkeur heeft van partijen is begrijpelijk, maar dit betekent niet dat het gaat om een fout van zodanige zwaarte dat een vergoeding niet meer aan de orde is. Een vergoeding van € 1.579,50 inclusief btw acht de rechtbank niet onredelijk. Bij het eindvonnis zal worden bepaald welke partij deze kosten moet voldoen, zoals is overwogen in het tussenvonnis van 16 april 2025.
Benaderen [naam 2]
2.8.
De rechtbank wenst de schade van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zo nauwkeurig mogelijk te begroten. Zij is het met [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2] eens dat het voordeel dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben van een paalfundering onder hun woning het meest nauwkeurig kan worden begroot met behulp van een taxateur die bekend is met de plaatselijke woningmarkt, ook al zal een taxateur een schatting maken. Partijen hebben geen bezwaren naar voren gebracht tegen [naam 2]. De rechtbank zal haar daarom vragen of zij voldoende onpartijdig is om het onderzoek te verrichten, of zij beschikbaar of bereid is het onderzoek te verrichten en op welke termijn zij het onderzoek kan verrichten. Verder zal zij worden gevraagd om de kosten van het onderzoek te begroten. Indien [naam 2] de eerste vragen bevestigend beantwoordt, zullen de door haar begrote kosten aan partijen worden voorgelegd.
Schatting zonder deskundige
2.9.
Indien het niet lukt om [naam 2] als deskundige te benoemen, zal de rechtbank de schade van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] schatten zonder advies van een deskundige. Door na [naam 2] geen andere taxateurs meer te benaderen komt de rechtbank tegemoet aan de behoefte van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben over de uiteindelijke schadevergoeding.
Vervolg
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
ontheft [naam 1] van haar taak als deskundige;
3.2.
bepaalt dat een bedrag van € 1.579,50 uit het voorschot wordt voldaan aan [naam 1];
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
type: 3053