Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:25691

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/682530 / FA RK 25-2304
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:12 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder over minderjarige kinderen

De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders hadden gezamenlijk gezag, maar de vader is sinds februari 2024 vertrokken naar het buitenland en is onbereikbaar, waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening niet meer mogelijk is.

De kinderen verblijven bij de moeder; één kind is gediagnosticeerd met autisme en de ander heeft een ontwikkelingsachterstand. De moeder onderbouwt dat het in het belang van de kinderen is dat zij het eenhoofdig gezag krijgt, mede vanwege de noodzakelijke toestemming van de vader voor zorg en afspraken.

De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag beëindigd kan worden op grond van gewijzigde omstandigheden en het belang van de kinderen. De hoofdverblijfplaats wordt automatisch bij de moeder bepaald. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek voor meer of anders wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder met hoofdverblijfplaats bij haar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2304
Zaaknummer: C/09/682530
Datum beschikking: 2 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 25 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
volgens de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) sinds 4 september 2023 verblijvend op een onbekend adres in het buitenland,

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 9 april 2025 van de moeder, met bijlage;
- het F9-formulier van 16 april 2025 van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 24 april 2025 van de moeder, met bijlage.
Op 1 december 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank bij het Wijkcentrum in [plaats 1] behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
  • het gezamenlijk gezag over de kinderen te beëindigen en de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over hen,
  • dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder wordt bepaald,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 1] .
- De kinderen verblijven bij de moeder.
- De moeder en de vader zijn gezamenlijk met het ouderlijk gezag over de kinderen belast. Dit volgt uit de aantekeningen in het gezagsregister van 4 juni 2021 en 19 juni 2022.

Beoordeling

Gezag
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag over de kinderen te beëindigen en haar met het eenhoofdig gezag te belasten. Zij onderbouwt haar verzoek als volgt. Na de geboorte van [minderjarige 2] is de relatie tussen partijen verbroken en hebben de ouders nog een tijd telefonisch contact gehad met elkaar. In februari 2024 is de vader vertrokken naar [plaats 2] in Gambia. In de eerste week na zijn vertrek had de moeder nog contact met hem, maar daarna niet meer. De vader is onbereikbaar voor de moeder en op deze manier is het voor de moeder niet mogelijk om gezagsbeslissingen te nemen over de kinderen. Bij [minderjarige 2] is autisme vastgesteld. Hij gaat nu halve dagen naar de opvang. [minderjarige 1] heeft een ontwikkelingsachterstand en gaat nu halve dagen naar school. Het gezin krijgt hulp van [instantie] . Voor de afspraken en de zorgverlening voor de kinderen moet de vader officieel toestemming verlenen. Het is daarom in het belang van de kinderen dat de moeder het eenhoofdig gezag over hen krijgt.
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank overweegt als volgt. Het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen en samen de belangrijke beslissingen over de kinderen nemen. In dit geval is dat niet meer mogelijk, omdat de vader is vertrokken en geen contact meer heeft met de moeder en de kinderen. De rechtbank acht het daarom in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de moeder alleen met het gezag over hen wordt belast.
Hoofdverblijfplaats
De moeder verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. Omdat de moeder het eenhoofdig gezag over de kinderen krijgt, krijgen de kinderen van rechtswege al hun hoofdverblijf bij de moeder. Dit volgt uit artikel 1:12 lid 1 BW Pro. De rechtbank heeft daarom op dit verzoek niet meer te beslissen.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op
[geboortedatum 3] 1990 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 1] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.