ECLI:NL:RBDHA:2025:25687

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692113 / FA RK 25-7246
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en doorverwijzing naar Ouderschapsbemiddeling

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 2 december 2025 een beschikking gegeven inzake de wijziging van de zorgregeling voor de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017. De vader heeft verzocht om de bestaande zorgregeling te wijzigen, zodat [minderjarige] om de week bij hem en de andere week bij de moeder verblijft. De rechtbank heeft de verzoeken van de vader en de verweren van de moeder in overweging genomen. De ouders zijn het erover eens dat er een week-op-week-af regeling moet komen, maar verschillen van mening over de uitvoering en evaluatie daarvan. De rechtbank heeft besloten dat er een opbouw moet zijn in de zorgregeling, waarbij [minderjarige] in de aanloop naar de week-op-week-af regeling eerst om de week van donderdag uit school tot dinsdag 19:00 uur bij de vader is. Deze regeling zal tot februari 2026 gelden, waarna de week-op-week-af regeling zal ingaan. De rechtbank heeft ook de ouders verwezen naar Ouderschapsbemiddeling om de communicatie te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ouders zijn verplicht om deel te nemen aan het traject van Ouderschapsbemiddeling. De rechtbank heeft de ouders de mogelijkheid gegeven om afspraken te maken over de communicatie, maar heeft dit niet verplicht gesteld. De rechtbank heeft de verdeling van vakanties en feestdagen vastgesteld, waarbij de ouders de vakanties en feestdagen bij helfte verdelen. De beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, en mr. A.I. Knops als griffier.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7246
Zaaknummer: C/09/692113
Datum beschikking: 2 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 25 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.C. Meijler in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.T. Vogelaar in Maasdijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 30 oktober 2025 van de vader.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 4 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
  • [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats].
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • Volgens een aantekening in het gezagsregister zijn de ouders sinds 9 juni 2020 gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] belast.
  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW op 15 november 2017 een ouderschapsplan opgesteld, inhoudende dat de vader [minderjarige] – gelet op haar jonge leeftijd – tenminste één keer per week, thans op woensdag, bij de moeder zal bezoeken gedurende minimaal drie uren.
  • Bij beschikking van 24 september 2020 van deze rechtbank is het gewijzigd ouderschapsplan aan de beschikking gehecht, inhoudende dat [minderjarige] voortaan als volgt bij de vader is:
  • maandag van 08:15 uur tot 19:00 uur;
  • donderdag uit de crèche (rond 16:30 uur) tot vrijdagochtend 08:45 uur.
  • De ouders hebben na onderling overleg de zorgregeling uitgebreid in die zin dat [minderjarige] bij de vader is: iedere dinsdagmiddag uit de BSO tot het avondeten en om de week van donderdag uit de BSO tot zondag 16:00 uur.

Verzoek en verweer

De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
  • een zorgregeling te bepalen, althans de beschikking van 24 september 2020 van deze rechtbank waarin is het door beide partijen getekende ouderschapsplan is opgenomen, te wijzigen in die zin dat [minderjarige] de ene week bij de vader verblijft en de andere week bij de moeder waarbij het wisselmoment zal zijn op maandagochtend naar school (of zondagavond);
  • een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] als volgt bij de ouders is:
  • zomervakantie: in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, en in de oneven jaren andersom
  • herfstvakantie: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
  • kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader, in de oneven jaren andersom;
  • voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
  • meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader, in de oneven jaren andersom;
  • Pasen: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
  • Koningsdag: reguliere zorgregeling;
  • Hemelvaart en de vrijdag daarna: in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
  • Pinksteren: reguliere zorgregeling;
  • Prinsjesdag: reguliere zorgregeling;
  • Verjaardag [minderjarige]: reguliere zorgregeling;
  • Verjaardagen ouders: reguliere zorgregeling;
  • te bepalen dat tenzij spoed vereist is aangaande de gezondheid of andere belangen van [minderjarige], de ouders uitsluitend schriftelijk (per e-mail of Whatsapp) zullen communiceren en een evaluatie van de in de beschikking opgenomen regeling tussen partijen zal plaats vinden twee jaar na de datum van de ten deze te wijzen beschikking;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Zij verzoekt daarnaast zelfstandig:
  • een opbouwende zorgregeling te bepalen zoals opgenomen onder punt 5 van het verweerschrift vanaf de datum van de beschikking, en daarbij te bepalen dat de ouders deze regeling na zes maanden gezamenlijk evalueren onder begeleiding van een mediator of ouderbegeleider;
  • een vakantie- en feestdagenverdeling op te nemen zoals opgenomen onder punt 5 van het verweerschrift;
  • te bepalen dat de communicatie tussen de ouders uitsluitend schriftelijk plaatsvindt, hetzij per e-mail of via Whatsapp tenzij spoedeisende omstandigheden anders vereisen.

Beoordeling

Wijziging van de zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De standpunten van beide ouders over de wijziging van de zorgregeling zijn op de zitting uitgebreid besproken. De ouders zijn het erover eens dat er moet worden toegewerkt naar een week-op-week-af regeling met als wisselmoment vrijdag uit school, maar verschillen van mening op welk tempo en of sprake moet zijn van een evaluatiemoment.
De rechtbank zal bepalen dat er wel enige opbouw moet zijn voordat de week-op-week-af regeling zal worden uitgevoerd, zodat [minderjarige] en beide ouders eraan kunnen wennen dat [minderjarige] langer bij de vader zal zijn. De rechtbank zal daarom bepalen dat [minderjarige] om de week van donderdag uit school tot dinsdag 19:00 uur, en de andere week op dinsdag uit school tot 19:00 uur bij de vader is. Deze opbouw sluit het meest aan bij de huidige regeling die wordt uitgevoerd. Gelet op de naderende vakantie en feestdagen in december zal de rechtbank bepalen dat deze regeling tot februari 2026 wordt uitgevoerd, en dat vanaf dan de week-op-week-af regeling zal gelden. De rechtbank zal geen evaluatiemoment bepalen in februari 2026 nu zij alle vertrouwen erin heeft dat de zorgregeling goed zal verlopen. Over de praktische zaken en de uitvoering daarvan kunnen de ouders in gesprek gaan bij Ouderschapsbemiddeling.
Ouderschapsbemiddeling
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan Ouderschapsbemiddeling met als doel het verbeteren van de communicatie. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van doorverwijzing. Dit proces-verbaal is al per e-mailbericht gezonden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking ook per post sturen aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het verloop van het traject. Het verbeteren van de communicatie en het maken van praktische afspraken rondom de week-op-week-af regeling ligt in de handen van de ouders. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af en benadrukt dat partijen de kans om deel te nemen aan voornoemd traject in het belang van [minderjarige] met beide handen moeten aangrijpen.
Communicatie
Beide ouders hebben de rechtbank verzocht om vast te leggen dat zij alleen schriftelijk – te weten per e-mail of Whatsapp – met elkaar mogen communiceren. De rechtbank zal dit niet vastleggen nu dit een keuze is die bij de ouders ligt. Zij kunnen hier nadere afspraken over maken bij Ouderschapsbemiddeling.
Vakanties en feestdagen
Op de zitting hebben de ouders afspraken gemaakt over de verdeling van de herfst- en voorjaarsvakantie en de Kerstdagen. Ten aanzien van de overige vakanties en feestdagen zal de rechtbank een verdeling bepalen waarbij het uitgangspunt is dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking 24 september 2020 van deze rechtbank en het daaraan gehechte gewijzigde ouderschapsplan– :
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats], als volgt bij de vader zal zijn:
  • vanaf heden:de ene week van donderdag uit school tot dinsdag 19:00 uur, en de andere week op dinsdag uit school tot 19:00 uur;
  • vanaf februari 2026:om de week van vrijdag tot vrijdag met als tijdstip van de wissel: 17:00 uur;
*
bepaalt als verdeling van de vakanties en feestdagen dat [minderjarige] als volgt bij de ouders is:
  • voorjaarsvakantie: bij de vader,
  • meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader, in de oneven jaren andersom,
  • zomervakantie:
  • 2026:twee weken aaneengesloten bij iedere ouder en een losse week bij iedere ouder,
  • vanaf 2027:drie weken aaneengesloten bij de vader en drie weken aaneengesloten bij de moeder, waarbij de vader in de even jaren eerste keuze heeft en de moeder in de oneven jaren;
  • herfstvakantie: bij de moeder,
  • kerstvakantie: in de oneven jaren eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, en in de even jaren andersom waarbij de tweede week inclusief Oud en Nieuw is,
  • Kerst: 1e kerstdag tot 2e kerstdag 10:00 uur bij de moeder, 2e kerstdag 10:00 uur tot de dag erna (“3e” kerstdag) 10:00 uur bij de vader,
  • Pasen: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader met daarbij het wisselmoment op dinsdag naar school / danwel de andere ouder,
  • Hemelvaart en de vrijdag erna: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder,
  • alle overige feestdagen en vakanties volgen de reguliere zorgregeling.
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] (
de vader),
wonende aan de [adres 1] ([postcode 1]) in [woonplaats 1],
en
[de moeder] (
de moeder),
wonende aan de [adres 2] ([postcode 2]) in [woonplaats 2],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres 3], [postcode 3] [plaats];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.