ECLI:NL:RBDHA:2025:25666

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/667277 / FA RK 24-3920
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 BWArt. 1:5 BWArt. 265 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling vaderschap overleden man over verzoekster

Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een overleden man. De rechtbank heeft de zaak op 4 november 2025 behandeld, waarbij enkele belanghebbenden niet zijn verschenen, maar geen verweer is gevoerd.

De rechtbank overweegt dat verzoekster is geboren uit de affectieve relatie tussen de moeder en de man en dat zij in gezinsverband met hen heeft samengeleefd. Na het verbreken van de relatie bleef verzoekster contact houden met de man tot diens overlijden. Foto’s en verklaringen bevestigen dit gezinsverband. Hoewel DNA-onderzoek gebruikelijk is, ziet de rechtbank hiervan af vanwege de emotionele en praktische complexiteit en het ontbreken van betwisting.

De belanghebbenden hebben ingestemd met de vaststelling van het vaderschap. De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt tevens vast dat verzoekster de geslachtsnaam van de moeder zal blijven dragen. De beschikking is uitgesproken op 2 december 2025 door rechter C.L. Strop.

Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap van de overleden man over verzoekster vast zonder DNA-onderzoek en bevestigt dat verzoekster de geslachtsnaam van de moeder behoudt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3920
Zaaknummer: C/09/667277
Datum beschikking: 2 december 2025
Bevoegd is de rechter van de woonplaats in Nederland of, bij gebreke daarvan, van het werkelijk
Verblijf van de minderjarige - 265 Rv.
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikkingop het op 21 mei 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Schnoor in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

1.[belanghebbende 1],

de dochter van de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

2.[belanghebbende 2],

de dochter van de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

3.[belanghebbende 3],

de zoon van de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

4.[belanghebbende 4],

de dochter van de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
in rechte vertegenwoordigd door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS).
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van verzoekster van 27 augustus 2024, met bijlagen;
  • de instemmingsverklaring van [belanghebbende 1] van 9 november 2024;
  • de instemmingsverklaring van [belanghebbende 3] van 9 november 2024;
  • de instemmingsverklaring van [belanghebbende 2] van [geboortedatum 3] 2024;
  • het bericht van WSS van 24 maart 2025.
Op 4 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • verzoekster bijgestaan door haar advocaat;
  • [belanghebbende 1];
  • [naam] namens WSS.
[belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen het bericht van 10 november 2025 van verzoekster.
Feiten
  • Verzoekster is op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats 1] uit [de moeder] (hierna: de moeder) geboren.
  • Verzoekster is niet erkend.
  • [de man] (hierna: de man) is op [geboortedatum 2] 1953 in [geboorteplaats 2], Suriname geboren. De man is op [datum] 2018 in [plaats] overleden.
Verzoek en verweer
Verzoekster verzoekt het vaderschap van de man over haar gerechtelijk vast te stellen.
De belanghebbenden hebben geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:207 lid 1 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van het kind het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld.
Ontvankelijkheid
Voor een kind is aan een verzoek tot vaststelling van het ouderschap geen termijn verbonden. Omdat verzoekster stelt dat zij het kind van de man is, is zij ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Verzoekster stelt dat zij is geboren uit de affectieve relatie van de moeder en de man en dat zij met de moeder en de man – en ook met de andere kinderen van de man – heeft samengeleefd in gezinsverband. Na het verbreken van de relatie tussen de moeder en de man, heeft verzoekster tot aan het overlijden van de man contact met hem gehouden. Al het voorgaande is op de zitting door [belanghebbende 1] bevestigd. Op de zitting zijn verder foto’s getoond van verzoekster samen met de man, de andere kinderen van de man en de moeder.
In kwesties als deze verzoekt de rechtbank in beginsel om bewijs aan te brengen van het vaderschap van de man door middel van overlegging van de resultaten van DNA-onderzoek. Onder de hiervoor genoemde omstandigheden en mede gelet op het feit dat de man is overleden en een DNA-onderzoek om die reden dus complex en emotioneel is, ziet de rechtbank geen aanleiding om DNA-bewijs te verlangen van de onbetwiste en op de zitting onderbouwde stelling dat de man de verwekker is van verzoekster. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, zijn verder ook geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die erop kunnen duiden dat een ander dan de man de verwekker is van verzoekster. Daarnaast hebben de belanghebbenden verklaard in te stemmen met de verzochte gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man over verzoekster.
Omdat van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW Pro ook niet is gebleken, zal de rechtbank het verzoek van verzoekster toewijzen als na te melden.
Op grond van artikel 1:5 lid 2 BW Pro houdt een kind, indien het door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, in beginsel de geslachtsnaam van de moeder. Lid 7 bepaalt dat, indien het kind zestien jaar of ouder is, het kind zelf verklaart of het de geslachtsnaam van de ene of de andere ouder zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in deze beschikking. Verzoekster heeft na de zitting aan de rechtbank laten weten dat zij de geslachtsnaam van de moeder wil houden. De rechtbank zal dat aldus vaststellen.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast het ouderschap van:
- [de man], geboren op [geboortedatum 2] 1953 in [geboorteplaats 2], Suriname,
over:
- [verzoekster], geboren op [geboortedatum 3] 1995 in [geboorteplaats 1],
uit:
- [de moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1963 in [geboorteplaats 2], Suriname;
*
stelt vast dat de verklaring van verzoekster luidt dat zij de geslachtsnaam van de moeder zal blijven dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.