ECLI:NL:RBDHA:2025:25599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 31 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van een asielzoeker. De eiser, met een V-nummer, had beroep ingesteld tegen de voortduren van de maatregel van bewaring die op 27 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft bepaald dat er geen zitting nodig was voor het onderzoek van de zaak.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring eerder is getoetst en dat deze tot het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De eiser stelde dat hij zijn asielprocedure in Nederland mocht afwachten en dat de maatregel op 11 november 2025 opgeheven had moeten worden. De rechtbank concludeert echter dat de minister geen reden had om de maatregel van bewaring op te heffen, aangezien de asielaanvraag van de eiser op 11 november 2025 als niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en heeft het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter mr. E.M.A. Vinken en griffier mr. J.R. Froma, en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.