Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, is op 18 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de bewaring reeds beoordeeld in een eerdere uitspraak van 2 december 2025, waarbij de maatregel tot dat moment als rechtmatig werd beschouwd. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 26 november 2025.
Eiser stelde dat na afwijzing van zijn asielaanvraag op 16 december 2025 de bewaring onrechtmatig voortduurde, omdat hij in vrijheid gesteld had moeten worden. De rechtbank constateert echter dat eiser beroep en een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend tegen dat besluit en dat de bewaring op grond van artikel 59b, derde lid, Vw met maximaal drie maanden is verlengd.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.