Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:25548

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
NL25.62639
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verlenging bewaring in lopende asielprocedure ongegrond verklaard

Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, is op 18 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank had de rechtmatigheid van de bewaring reeds beoordeeld in een eerdere uitspraak van 2 december 2025, waarbij de maatregel tot dat moment als rechtmatig werd beschouwd. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 26 november 2025.

Eiser stelde dat na afwijzing van zijn asielaanvraag op 16 december 2025 de bewaring onrechtmatig voortduurde, omdat hij in vrijheid gesteld had moeten worden. De rechtbank constateert echter dat eiser beroep en een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend tegen dat besluit en dat de bewaring op grond van artikel 59b, derde lid, Vw met maximaal drie maanden is verlengd.

De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62639

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Verweerder heeft op 18 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft op 29 december verzocht om te reageren op de gronden van beroep. Verweerder heeft diezelfde dag gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 29 december 2025 gesloten. [2]

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 2000.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 2 december 2025 (in de zaak NL25.56479) [3] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 26 november 2025.
4. Eiser voert aan dat verweerder bij besluit van 16 december 2025 zijn asielaanvraag heeft afgewezen en hij, nu er geen asielprocedure meer loopt, met ingang van 17 december 2025 in vrijheid gesteld had moeten worden. Nu de maatregel niet is opgeheven, is verweerder schadeplichtig.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen het besluit van 16 december 2025 en verweerder heeft aangegeven dat hij die procedure in Nederland mag afwachten. Verweerder heeft in voornoemd besluit, op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vw tevens de bewaring met maximaal drie maanden verlengd. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
6. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.