Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht
[stichting]uit [woonplaats] (vergunninghoudster).
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van een gebouw met zorgappartementen op een perceel in Hendrik-Ido-Ambacht. De vergunning werd aanvankelijk verleend op 21 juni 2023, herroepen en opnieuw verleend op 22 januari 2024, waarna verzoekers beroep instelden. De bodemprocedure vond plaats op 16 december 2025, met een uitspraak gepland uiterlijk 27 januari 2026.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet passend is om een voorlopig rechtmatigheidsoordeel te geven en beoordeelt het verzoek uitsluitend op basis van belangenafweging. De voortzetting van hei- en funderingswerkzaamheden in januari 2026 is spoedeisend, maar de bouwactiviteiten in deze periode zijn niet onomkeerbaar en zullen geen wezenlijke impact hebben op de leefomgeving van verzoekers.
Vergunninghoudster heeft een belang bij voortzetting van de werkzaamheden, mede vanwege de noodzaak van de woonzorgappartementen en de beschikbaarheid van een nieuwe aannemer. Het belang van vergunninghoudster weegt zwaarder dan dat van verzoekers bij schorsing van de vergunning. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen omdat het belang van vergunninghoudster zwaarder weegt dan dat van verzoekers.