ECLI:NL:RBDHA:2025:25544

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
NL25.59671
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdige beslissing op asielaanvraag

In deze zaak heeft eiser, vertegenwoordigd door mr. I.M. Zuidhoek, beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig zou hebben beslist op de asielaanvraag die op 14 mei 2025 is ingediend. De rechtbank Den Haag heeft de zaak zonder zitting beoordeeld. Volgens artikel 42 van de Vreemdelingenwet (Vw) dient de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag te beslissen. De beslistermijn begint te lopen op het moment dat Nederland verantwoordelijk wordt voor de behandeling van de asielaanvraag, wat in dit geval op 8 juli 2025 was. De rechtbank concludeert dat de beslistermijn eindigt op 8 januari 2026, en dat de ingebrekestelling van 17 november 2025 prematuur is ingediend. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59671

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,V-nummer: [nummer](gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 14 mei 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vw vangt bovengenoemde beslistermijn aan wanneer overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
3. Eiser heeft de asielaanvraag ingediend op 14 mei 2025. Uit de stukken in het dossier blijkt dat Nederland met ingang van 8 juli 2025 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. [2] De beslistermijn van zes maanden is daarmee aangevangen op 8 juli 2025 en eindigt op 8 januari 2026. Dat betekent dat de beslistermijn nog niet is verstreken en de ingebrekestelling van 17 november 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42, zesde lid, van de Awb.