In deze zaak heeft eiseres, vertegenwoordigd door mr. F.J. Hoppenbrouwer, beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging asiel. De rechtbank had eerder, op 15 april 2025, de minister een termijn van twee weken gegeven om op de aanvraag te beslissen. Eiseres stelt dat de minister deze termijn heeft overschreden, aangezien er na twee weken nog steeds geen besluit was genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank heeft geen zitting nodig geacht en concludeert dat de minister een dwangsom van € 250,- per dag moet betalen voor elke dag dat hij de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, die zijn vastgesteld op € 453,50, en het griffierecht van € 194,-. De uitspraak is gedaan op 15 december 2025 en is openbaar gemaakt.