ECLI:NL:RBDHA:2025:25516
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep visumbezwaar
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar bezwaar tegen de afwijzing van een visumaanvraag voor kort verblijf. Op 21 augustus 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op het bezwaar, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan in een dergelijk geval het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank kende een vast bedrag toe van €453,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener. Tevens werd het griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 15 december 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.