ECLI:NL:RBDHA:2025:25494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiseres, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de minister van Asiel en Migratie. De minister ontving de aanvraag op 16 juli 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 16 januari 2026 lag.
Eiseres stelde de minister op 21 augustus 2025 schriftelijk in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling ten minste twee weken voor het instellen van beroep plaatsvinden en mag deze niet te vroeg worden ingediend. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling te vroeg was en verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir op 19 december 2025 in Utrecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.