In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De zaak werd behandeld in het kader van de jeugdbescherming, waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling betrokken was. De ouders van de minderjarigen, de vader en de moeder, zijn belast met het ouderlijk gezag en de kinderen wonen bij de vader. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling van de kinderen ingesteld en verlengd, maar in deze zitting werd door de gecertificeerde instelling verzocht om een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar. De ouders hebben echter positieve stappen gezet in hun ontwikkeling en de kinderrechter concludeert dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij beide ouders en hun advocaten aanwezig waren. Na beoordeling van de feiten en de standpunten van beide ouders, heeft de kinderrechter besloten het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen. De kinderrechter heeft vertrouwen in de ouders en hun vermogen om voor de kinderen te zorgen zonder verdere ondertoezichtstelling.