In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, wordt het beroep van eiseres behandeld dat is ingediend na een eerdere uitspraak van 11 februari 2025. In die uitspraak werd de minister van Asiel en Migratie opgedragen om binnen acht weken een besluit te nemen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging asiel. Eiseres stelt dat de minister deze termijn heeft overschreden en dat er geen beslissing is genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, omdat er een uitdrukkelijke termijn was gesteld door de rechtbank in de eerdere uitspraak. De rechtbank constateert dat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank legt de minister een termijn van twee weken op om alsnog een besluit te nemen en verbindt hieraan een dwangsom van € 250,- per dag voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, die zijn vastgesteld op € 453,50, en het griffierecht van € 194,-. De uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Simorangkir, griffier, en is openbaar uitgesproken op 17 december 2025.