In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 30 december 2025, gaat het om een opvolgend beroep van eisers tegen de minister van Asiel en Migratie. De eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft eerder de minister opgedragen om uiterlijk 30 augustus 2025 een beslissing te nemen, maar deze termijn is niet nageleefd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, omdat de minister nog documenten moet beoordelen en een herstelverzuim moet sturen. Desondanks heeft de rechtbank bepaald dat de minister binnen vier weken na deze uitspraak een beslissing moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft ook bepaald dat de minister de proceskosten van eisers, ter hoogte van € 453,50, en het griffierecht van € 194,- moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier A.W. Landman, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.