ECLI:NL:RBDHA:2025:25464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking van asielaanvraag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van een verzoeker om vergoeding van proceskosten. De verzoeker had een beroep ingediend omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. De verzoeker heeft op 21 augustus 2025 vrijwillig zijn vertrek naar Turkije bevestigd, waarna hij op 27 oktober 2025 zijn beroep heeft ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden op de aanvraag heeft beslist, waardoor de verzoeker terecht in gebreke heeft gesteld. De rechtbank oordeelde dat de verzoeker recht heeft op vergoeding van zijn proceskosten, ondanks zijn vrijwillige vertrek. De rechtbank heeft de minister veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten, rekening houdend met de aard van de zaak en de ingeschakelde juridische hulp.