Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 7 december 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Marokkaanse nationaliteit en geboren in 2007, stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het non-refoulementbeginsel niet werd geschonden, verwijzend naar het arrest Ararat van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank oordeelde dat de minister verplicht is een actuele beoordeling te maken van het risico op schending van het non-refoulementbeginsel, maar dat eiser geen individuele omstandigheden had aangevoerd die een dergelijk risico aannemelijk maken. De feiten en dossierstukken gaven geen aanwijzing dat terugkeer naar Marokko tot schending zou leiden.
Daarnaast werden de zware gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van geldige reisdocumenten bij binnenkomst en het met onbekende bestemming vertrekken in 2018, als feitelijk juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het feit dat eiser minderjarig was ten tijde van deze feiten deed hieraan niet af.
Eiser voerde aan dat een lichter middel passend was, onder meer omdat hij een meldplicht kon krijgen en eerder al detentie had ondergaan. De rechtbank vond de minister echter voldoende gemotiveerd hebben waarom een lichter middel niet doeltreffend zou zijn, mede gezien het risico op onttrekking aan toezicht.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.