Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Refoulement
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 12 december 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de door de minister aangevoerde zware en lichte gronden voldoende waren om het significant risico van het onttrekken aan toezicht aan te nemen. Eiser betoogde dat de bewaring voor hem onevenredig bezwarend was vanwege medische klachten, maar dit werd niet onderbouwd met medische documenten. Ook het beroep op het non-refoulementbeginsel en de vrees voor terugkeer naar Algerije en Frankrijk werd verworpen wegens gebrek aan bewijs en het feit dat hij als Dublinclaimant aan Frankrijk zou worden overgedragen.
Verder vond de rechtbank dat de minister voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, ondanks de geplande vluchtdatum ruim na de inbewaringstelling. Ambtshalve toetsing leverde geen onrechtmatigheden op. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.