ECLI:NL:RBDHA:2025:25410

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
25/8389
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid voorzieningenrechter in geschil over schoolondersteuning Doorbraaklab

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster had een bezwaarschrift ingediend tegen de beslissing van het Doorbraaklab, dat geen bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het Doorbraaklab geen besluiten heeft genomen die onder de Awb vallen, waardoor hij niet bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De zaak betreft de toekenning van schoolondersteuning voor de dochter van verzoekster, die een complexe zorgbehoefte heeft. De ondersteuning in de vorm van bijles en muziekles was eerder toegekend, maar werd niet verlengd. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat de ondersteuning niet op een besluit van een bestuursorgaan is gebaseerd en dat verzoekster eventueel andere reguliere wettelijke voorzieningen kan aanvragen, zoals jeugdhulp op grond van de Jeugdwet. De uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, in aanwezigheid van griffier mr. V.A. Paul, en is openbaar uitgesproken op 30 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/8389
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 december 2025 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

(gemachtigde: mr. C.I. Zaad),
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (het college), verweerder (gemachtigden: mr. M.R. Veerman en A. Tosun).

Procesverloop

In een e-mail van 7 oktober 2025 heeft de teammanager stedelijke dienstverlening van de gemeente Den Haag namens het zogeheten ‘Doorbraaklab’ aan verzoekster medegedeeld dat de toegekende schoolondersteuning vanuit het Doorbraaklab van 23 mei 2025 voor haar dochter [dochter] in de vorm van 4 uur bijles en 1 uur muziekles per week liep tot en met
31 augustus 2025, en dat er op dit moment geen aanvullende vergoeding komt.
Verzoekster heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend bij het college. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 10 december 2025 heeft [naam] , organisator van het Doorbraaklab, de eerder gemaakte afspraak herzien en aan verzoekster bericht dat de schoolondersteuning in dezelfde vorm wordt voortgezet totdat [dochter] in het nieuwe schooljaar (2026/2027) een structureel onderwijsprogramma kan volgen.
Desgevraagd heeft verzoekster meegedeeld dat zij het verzoek om voorlopige voorziening handhaaft, omdat zij voor haar dochter veel meer uren ondersteuning nodig acht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2025. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar partner en haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.
De voorzieningenrechter ziet allereerst aanleiding om na te gaan of hij in deze zaak bevoegd is. De bestuursrechter is namelijk alleen bevoegd wanneer de aangevochten beslissing een besluit is, afkomstig van een bestuursorgaan in de zin van de Awb. Het college heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de ondersteuning vanuit het Doorbraaklab bij nader inzien niet op een besluit in de zin van de Awb is gebaseerd.
3.1
Op grond van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb wordt onder bestuursorgaan verstaan:
a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
3.2
Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Op grond van artikel 8:1, eerste lid Awb, kan een belanghebbende (nadat eerst de bezwaarprocedure is afgerond) tegen een besluit (op bezwaar) beroep instellen bij de bestuursrechter.
4.
In deze zaak speelt het volgende. [dochter] , de 15-jarige dochter van verzoekster heeft een complexe zorgbehoefte, die gespecialiseerde ondersteuning vraagt. Vanuit de gemeente Den Haag heeft het gezin van verzoekster in de afgelopen periode op verschillende manieren ondersteuning gekregen met als doel om [dochter] na een periode van ‘thuis zitten’ weer naar het reguliere onderwijs te krijgen. De op 23 mei 2025 toegekende schoolondersteuning in de vorm van 4 uur bijles en 1 uur muziekles diende als overbrugging tot de aanvang van het schooljaar 2025-2026. De kosten daarvan werden deels vergoed vanuit het maatwerkbudget van de gemeente Den Haag dat was gereserveerd voor het traject ‘school zonder muren’. Hiertoe is besloten omdat het Regionaal Samenwerkingsverband Passend Voortgezet Onderwijs Zuid-Holland West (SWVZW) het ondersteuningstraject niet geheel uit eigen middelen kon financieren. De afspraak tussen partijen hierover is op
23 mei 2025 door de toenmalige casusregisseur van het Doorbraaklab aan verzoekster gemaild. Vervolgens is het traject is vastgelopen. Ter zitting werd duidelijk dat [dochter] nog steeds niet naar school gaat. Volgens de gemachtigden van de gemeente Den Haag hebben de ouders geweigerd om de noodzakelijke gegevens met betrekking tot hun dochter te delen met de nieuwe school. Ook RondomJou, de partij die het traject zou begeleiden, heeft zich teruggetrokken omdat zij geen mogelijkheid meer zag om met de ouders samen te werken. Om die reden is bij e-mail van 7 oktober 2025 aan de ouders meegedeelddat de toegekende schoolondersteuning vanuit het Doorbraaklab niet zou worden verlengd voor het lopende schooljaar. Op 10 december 2025 is die mededeling evenwel herzien, en is aan verzoekster bericht dat de schoolondersteuning in dezelfde vorm toch wordt voortgezet totdat [dochter] in het nieuwe schooljaar (2026/2027) hopelijk een regulier onderwijsprogramma kan volgen.
5. De beslissing over schoolondersteuning in de vorm van bijles en muziekles is niet genomen door of namens het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, maar betreft een maatwerkoplossing die door het Doorbraaklab na overleg met betrokken partijen tot stand is gebracht. Het Doorbraaklab is een samenwerkingsverband van vakspecialisten in het sociaal domein en heeft geen enkele basis in wet- of regelgeving. Het is een initiatief om inwoners en gezinnen van Den Haag, die vastlopen in complexe situaties, en waarbij standaard hulpverlening niet volstaat, te ondersteunen. Niet gebleken is dat aan het Doorbraaklab hiertoe één of meer overheidstaken zijn opgedragen en dat aan dit samenwerkingsverband daarvoor de benodigde publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Immers, er is geen voorschrift dat aan het Doorbraaklab een exclusieve bevoegdheid toekent om de rechtspositie van andere (rechts)personen eenzijdig te bepalen. Hoewel het Doorbraaklab organisatorisch is ondergebracht bij de gemeente Den Haag, getuige ook het feit dat de meeste correspondentie in dit dossier wordt gevoerd door ambtenaren van de gemeente, is ook anderszins niet gebleken van enigerlei bemoeienis van het college met, of zeggenschap over de ondersteuning die door het Doorbraaklab in bepaalde situaties wordt gegeven. Wel heeft de gemeente Den Haag een klein budget beschikbaar gesteld met het oog op de bijzondere zorgplicht die de gemeente in bepaalde uitzonderlijke situaties heeft. Regels of richtlijnen over de besteding van dat budget ontbreken echter. Aangenomen wordt dat het Doorbraaklab (dat wil zeggen de betrokken vakspecialisten, in onderling overleg) in deze geheel zelfstandig handelt. Het Doorbraaklab voldoet daarom niet aan de definitie van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het is dan ook geen bestuursorgaan.
6. Gelet op het vorenstaande berusten noch de geboden ondersteuning vanuit het Doorbraaklab, noch de beëindiging daarvan, op besluiten in de zin van de Awb. Hiertegen kan dan ook geen bezwaar worden gemaakt bij het college of beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. In de e-mail van 7 oktober 2025 heeft de teammanager stedelijke dienstverlening van de gemeente Den Haag verzoekster abusievelijk gewezen op de bezwaarmogelijkheid, zo is tijdens de zitting van de kant van het college bevestigd.
7. Aangezien de bestuursrechter niet bevoegd is in een eventuele bodemprocedure, is de voorzieningenrechter ook niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Dit betekent dat de voorzieningenrechter zich niet inhoudelijk over deze kwestie kan uitlaten.
8. Wellicht ten overvloede wijst de voorzieningenrechter verzoekster er op dat zij met het oog op de noodzakelijke ondersteuning van haar dochter eventueel een beroep kan doen op reguliere wettelijke voorzieningen. Zij kan bijvoorbeeld een aanvraag voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet indienen. Het college zal dan op die aanvraag met toepassing van de hiervoor geldende regels beslissen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V.A. Paul, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025.
griffier
de griffier is verhinderd om deze
uitspraak te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.