ECLI:NL:RBDHA:2025:2539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding
Verweerder heeft op 14 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van een eerdere uitspraak op 16 december 2024 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode na die datum. Eiser stelde dat de maatregel eerder had moeten worden opgeheven, omdat de belangenafweging op 29 januari 2025 negatief uitviel zonder nieuwe omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de verzwaarde belangenafweging pas op 30 januari 2025 werd gemaakt, voordat eiser zes maanden in bewaring was, en dat er geen aanleiding was te oordelen dat deze eerder had moeten plaatsvinden. Omdat geen onrechtmatigheid was gebleken, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.