Uitspraak
Beschikking op het op 17 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- te bepalen dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader met een door de rechtbank te bepalen passende zorgregeling voor de moeder;
- indien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] niet bij de vader wordt bepaald, een zorgregeling voor de vader te bepalen, inhoudende dat:
- primair: afwijzing van het volledige verzoek van de vader;
- subsidiair: tot het eerst bepalen van een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, voordat de rechter beslist tot – hooguit – begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige], gedurende een of twee uur per week;
- zowel primair als subsidiair: kosten rechtens;
- te bepalen dat de vader met ingang van 6 april 2025, althans vanaf 27 oktober 2025, de dag van het indienen van het verweerschrift, dient bij te dragen met een bedrag van € 250,- per maand, althans met een door de rechter in goede justitie te bepalen bedrag, in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige], welk bedrag de vader maandelijks aan de moeder dient te voldoen bij vooruitbetaling (dus voor de eerste dag van elke maand) op een door de moeder daartoe op te geven bankrekening, welk bedrag aan kinderalimentatie jaarlijks wordt geïndexeerd volgens de wet, voor het eerst per januari 2026;
- primair: te bepalen dat de moeder alleen wordt belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige];
- subsidiair: te bepalen dat de moeder alleen (zonder vervangende toestemming van de vader) de keuze mag bepalen voor de opvang van [minderjarige] (indien opvang nodig is), en mag bepalen naar welke school [minderjarige] gaat vanaf zijn vierde jaar, alsook dat de moeder zonder toestemming van de vader, in voorkomend geval met [minderjarige] voor vakantie van maximaal drie aaneengesloten weken, naar het buitenland mag gaan;
- kosten rechtens;
Beoordeling
- Acht de Raad vaststelling van een zorgregeling met de vader in het belang van [minderjarige]? Zo ja, welke zorgregeling is in zijn belang?
- Hoe dient volgens de Raad de zorgregeling met de vader er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
- Zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige] bij de vader en/of de moeder?
- Welke mogelijkheden en/of belemmeringen ziet de Raad bij de vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij één van de ouders?
- Is volgens de Raad (nadere) hulpverlening voor de vader, de moeder en/of [minderjarige] noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang bij de beoordeling van de zaak?
- Ziet de Raad mogelijkheden voor en/of belemmeringen bij de gezamenlijke uitvoering van het gezag door de ouders? Wat is er nodig om eventuele belemmeringen op te heffen?
- Is het volgens de Raad anderszins in het belang van [minderjarige] dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang bij de beoordeling van de zaak?
Beslissing
ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en de proceskostenaan tot
1 juni 2026 pro forma.