De rechtbank Den Haag behandelde op 27 november 2025 een verzoek tot verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de moeder en vader van vier minderjarige kinderen. Eerder was een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de vader de kinderen wekelijks op woensdag uit school haalde en terugbracht, met videobelcontact op maandag en vrijdag. De moeder verzocht om een regeling waarbij de kinderen ieder weekend bij de vader verblijven en de schoolvakanties en Islamitische feestdagen gelijk verdeeld worden. De vader verzocht om omzetting van de voorlopige regeling in een definitieve.
Tijdens de procedure bleek dat een zorginstantie betrokken is bij het gezin en begeleiding biedt aan de kinderen, maar vanwege financieringsproblemen geen begeleiding aan de ouders kan bieden. De rechtbank acht ouderschapsbemiddeling noodzakelijk vanwege de moeizame verstandhouding en communicatie tussen ouders en beveelt dat de zorginstantie ook de begeleiding van de ouders op zich neemt.
De voorlopige zorgregeling was tot augustus redelijk goed verlopen, maar na een incident tussen vader en kinderen in augustus is het contact verbroken. De kinderen staan open voor contact mits de vader zich 'normaal' gedraagt, zonder schelden of ruzie. De rechtbank vindt het in het belang van de kinderen dat het contact wordt voortgezet met rust, structuur en duidelijkheid, en zet de voorlopige regeling om in een definitieve zorgregeling zonder uitbreiding.
De rechtbank bepaalt dat de kinderen tijdens de Islamitische feestdagen bij de moeder verblijven, conform hun wens, en dat de zorgregeling tijdens schoolvakanties doorloopt zoals voorheen. Het verzoek tot meer of andere voorzieningen wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.