De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2012, 2014 en 2016, die afwisselend bij hun ouders verblijven. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was eerder uitgesproken tot 2 december 2025.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met een gespannen en conflictueuze ouderlijke dynamiek, waarbij de kinderen zich klem voelen tussen loyaliteiten en psychosomatische klachten vertonen. Er is geen gezamenlijk ouderschap zichtbaar en communicatie verloopt moeizaam, wat de ontwikkeling van de kinderen bedreigt. De moeder is terughoudend ten aanzien van gezamenlijk oudertraject, terwijl de vader instemt met verlenging.
De kinderrechter heeft de kinderen gehoord en concludeert dat de ontwikkelingsbedreiging nog steeds ernstig is. Er is sinds de zomer van 2025 een vaste jeugdbeschermer, maar de kinderen willen niet meer met deze praten. De periode is te kort geweest om de doelen van de ondertoezichtstelling te realiseren. Daarom is verlenging met een jaar noodzakelijk om verdere hulpverlening mogelijk te maken en de situatie te verbeteren.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.