ECLI:NL:RBDHA:2025:25251

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 december 2025
Zaaknummer
C/09/693907 / JE RK 25-1859
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen

Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarigen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder van de kinderen, die belast is met het ouderlijk gezag, niet in staat is om aan de behoeften van de kinderen te voldoen. De kinderen verblijven momenteel bij hun grootouders, die als pleegouders fungeren. De kinderrechter heeft de procedure op basis van een verzoekschrift van de gecertificeerde instelling beoordeeld, waarbij de moeder niet aanwezig was. De kinderen hebben aangegeven bij hun grootouders te willen blijven wonen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlengd tot 4 december 2026, met de opdracht aan de gecertificeerde instelling om een opvoedvisie op te stellen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/693907 / JE RK 25-1859
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2013 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 3],
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2015 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen [minderjarige 4].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[grootmoeder (mz)],
hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde,
wonende in [woonplaats],
[grootvader (mz)],
hierna te noemen: de grootvader,
wonende in [woonplaats],
gezamenlijk ook te noemen de pleegouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025;
- brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij was
[naam 1] als vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig.
De moeder is niet verschenen De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De grootouders hebben de rechtbank laten weten dat zij niet op de zitting zullen verschijnen.
1.2.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben naar aanleiding hiervan ieder een e-mail gestuurd en laten weten dat zij niet met de kinderrechter komen praten maar dat zij graag bij oma en opa willen blijven wonen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4].
2.2.
[minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven bij de grootouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 4 december 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2024 de machtiging verlengd [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 4 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek – kort en zakelijk weergegeven – als volgt gemotiveerd. Het lukt de moeder niet om aan te sluiten bij de behoeftes van de kinderen en zij is door haar eigen trauma's en rouwproces emotioneel niet beschikbaar voor de kinderen. De moeder verblijft zeer regelmatig in het buitenland waardoor zij fysiek en emotioneel niet beschikbaar is voor de kinderen en zij haar gezag niet kan uitoefenen. De moeder zet hierbij haar eigen behoeftes voorop en handelt niet in het belang van de kinderen. Ook loopt er een onderzoek naar de veiligheid van halfbroertje [naam 2] waarbij het zelfde patroon van verwaarlozing is gezien. Het is van belang dat een verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uit huis plaatsing plaatsvinden om te voorkomen dat de moeder de kinderen terug naar huis haalt. In het aankomende jaar zal er een Verzoek tot Onderzoek voor een gezagsbeëindigende maatregel worden ingediend omdat de kinderen niet meer thuis willen/kunnen wonen.
In de komende periode is het van belang dat er gewerkt wordt aan een goed contactherstel tussen de moeder en oma en opa. Daarnaast zal de ontwikkeling van alle kinderen gemonitord worden en eventueel hulp ingezet worden.

4.De standpunten

4.1.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder het niet eens is met het verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek
(BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
Naar het oordeel van de kinderrechter is het duidelijk nog nodig om de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voort te laten duren. Het is van belang dat de kinderen bij opa en oma blijven wonen. De kinderen zijn hier op hun plek en komen aan hun ontwikkeling toe. De kinderen willen graag bij oma en opa blijven, Het gaat goed op school, met sport en hun sociale contacten. De kinderen zien hun vader regelmatig en onderhouden goed contact met beide ouders via een app-groep. De moeder accepteert geen hulp voor haar eigen problematiek, die haar verhindert emotioneel beschikbaar te zijn voor haar kinderen. Tussen de moeder en oma bestaan spanningen en de kinderen krijgen hier ook het nodige van mee. . Het is daarom goed dat de gecertificeerde instelling zal werken aan een opvoedvisie en dat in dit kader ook naar het gezag wordt gekeken. Dat zal de kinderen de duidelijkheid voor de toekomst geven waar zij behoefte aan hebben. In de opvoedvisie moet ook het contact met de vader worden opgenomen. Het is belangrijk dat het contact met beide ouders op een fijne manier kan plaatsvinden, omdat de kinderen hier behoefte aan hebben.
5.3.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling verlengen en de machtiging uithuisplaatsing verlenen voor de duur van een jaar. Hiertoe overweegt de kinderrechter dat deze periode dient te worden benut voor het opstellen van de opvoedvisie door de gecertificeerde instelling om het perspectief van de kinderen te bepalen.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 4 december 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een voorziening voor pleegzorg tot 4 december 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door
mr. R. van Zeijst- Repelaer van Driel, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van den Born als griffier, en op schrift gesteld op 8 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.