Uitspraak
Beschikking op het op 9 oktober 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de moeder] ,
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van 24 december 2024 van de
- het verslag van de bijzondere curator;
- een F9-formulier van 28 december 2024 van de man;
- een F9-formulier van 7 februari 2025 van de man;
- een F9-formulier van 13 februari 2025, met bijlagen, van de moeder;
- een F9-formulier van 20 oktober 2025, met bijlagen, van de man.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij hebben niet samengewoond.
- De minderjarige is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 29 oktober 2024 is mr. Kamphuis-Jansen
Verzoek en verweer
- een bijzondere curator over de minderjarige te benoemen;
- hem vervangende toestemming als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW te verlenen, zodat hij de minderjarige kan erkennen;
- te bepalen dat partijen hebben verklaard dat de minderjarige de achternaam van de man zal dragen, zijnde [achternaam 1] of de gecombineerde achternaam van partijen, zijnde [achternaam 2] ;
- de man mede met de moeder met het gezag over de minderjarige te belasten;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te setllen in die zin dat de minderjarige bij de man is iedere maandag uit de opvang om 13.00 uur tot woensdag 20.00 uur; waarbij de man de minderjarige ophaalt en terugbrengt;
- een begeleide omgangsregeling tussen de man en de minderjarige vast te stellen en partijen te verwijzen naar een omgangshuis;
- een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW te benoemen;
- de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten een onderzoek te verrichten
- de proceskosten tussen partijen te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beoordeling
Beslissing
1 mei 2026 pro forma;