Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Libische asielzoeker tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De eiser stelde dat de ophouding onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een beëdigde tolk in zijn voorkeurstaal Frans en betwistte de toepassing van zware grond 3i.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat de eiser het Arabisch niet verstond en dat hij op de hoogte was van zijn rechten. De zware gronden 3a tot en met 3e en de lichte gronden werden niet betwist en waren voldoende onderbouwd. Het risico op onttrekking aan toezicht en het belemmeren van vertrek werd als aanwezig beschouwd.
De rechtbank verwierp het betoog dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede omdat de medische problemen en het gezinsverband in België onvoldoende waren onderbouwd. Ook het vermeende contact met Libische autoriteiten werd toegelicht als consulaire bijstand. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.